4K Examentraining

Examentraining Leesvaardigheid Year 4
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 4

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Examentraining Leesvaardigheid Year 4

Slide 1 - Tekstslide

Het recept om de antwoorden te vinden
- Signaalwoorden

-Woordenschat

-  Vraagsoorten

- Oefenen, oefenen, oefenen

Slide 2 - Tekstslide

Vandaag oefenen

 Gebruik je woordenboek verstandig
 5 regels hoe je een leestekst aanpakt

Slide 3 - Tekstslide

Woordenboek

  • Bekijk eerst of je de betekenis kunt raden door de andere woorden.

  • Bekijk of het woord op een ander woord lijkt.
  • Zoek het basiswoord. (slow ipv slowly, extend ipv extended)
  • Let op :Er staan vaak meerdere betekenissen. 
  • Oefen met het woordenboek dat je op je examen gaat gebruiken.

Slide 4 - Tekstslide

!
Zorg dat je de vragen goed begrijpt.
Gebruik ook hier je woordenboek voor.

we gaan dit nu oefenen met een aantal vragen

Slide 5 - Tekstslide

1.How does the writer introduce the topic?
A
Hoe stelt de schrijver zich voor?
B
Hoe introduceert de schrijver zichzelf?
C
Hoe introduceert de schrijver het onderwerp?
D
Hoe schrijf je een introductie?

Slide 6 - Quizvraag

2 What does the word refer to?
A
Waar wijs je naar?
B
Waar verwijst het woord naar?
C
Wat betekent het woord wijzen?
D
Wat doet het woord verwijzen daar?

Slide 7 - Quizvraag

3. What can be concluded in paragraph 3 and 4?
A
Welke conclusie wordt er gemaakt?
B
Welke conclusie wordt er duidelijk in alinea 3 en 4?
C
Is dat de conclusie van de tekst?
D
Wat is de conclusie?

Slide 8 - Quizvraag

4. What becomes clear in line 17?
A
Dat is duidelijk regel 17.
B
Wie schreef regel 17?
C
Wat wordt er duidelijk in regel 17?
D
Regel 17 lijkt mij duidelijk.

Slide 9 - Quizvraag

5. What is mentioned about dogs?
A
Wat is er met honden?
B
Hoe worden honden vaak genoemd?
C
Hoe noem je een hond?
D
Wat wordt er gezegd over honden?

Slide 10 - Quizvraag

6 What is the main point of paragraph 5?
A
Wat is het belangrijkste punt in alinea 5?
B
Wat is het punt van alinea 5?
C
Welk punt wordt niet gemaakt in alinea 5?
D
Is dat het punt van alinea 5?

Slide 11 - Quizvraag

Soort vragen
  • meerkeuzevragen
  • open vragen
  • gatenteksten


  • juist/onjuist vragen
  • zoek/citeer vragen

Slide 12 - Tekstslide

Meerkeuze vragen

  • Let op de eerste en laatste zin van de alinea. ( vaak de hoofdgedachte). 
  • Let op signaalwoorden, zoals but, however, and etc. 
  • Wat is je eigen antwoord? 
  • Kies het antwoord wat het dichtste bij je eigen antwoord ligt. 
  • Onderstreep het gedeelte dat overeenkomt met jouw gekozen antwoord. 
  • Komt  het onderstreepte tekstgedeelte overeen met je antwoord? 
  • Als je het antwoord niet weet. Streep foute antwoorden weg.

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

7 What is true about Melanie Perkins according to the paragraph ?
timer
3:00
A
She applied her graphic design expertise on social media.
B
She had always wanted to run her own company.
C
Teaching inspired her to try something new.
D
Teaching turned out to be too hard for her.

Slide 15 - Quizvraag

8 What is the purpose of the paragraph ?
timer
1:00
A
to give a piece of advice
B
to present an example
C
to present an example

Slide 16 - Quizvraag

9 Kies bij 3 het juiste antwoord uit de gegeven mogelijkheden.
timer
1:00
A
advise against.
B
anticipate
C
complain about
D
encourage

Slide 17 - Quizvraag

10 Kies bij 11 het juiste antwoord uit de gegeven
mogelijkheden
timer
1:00
A
attempt
B
discussion
C
remembrance

Slide 18 - Quizvraag

11. Geef van elke bewering aan of het juist of onjuist is volgens de alinea
timer
1:00
A
1 Hij heeft niets fout gedaan volgens Mr Kirk.nst.
B
2 Hij werd zijn huis uitgezet toen hij een oplichter bleek te zijn.
C
3 Hij heeft veel geld aan zijn vriend Harvey gegeven.
D
4 Hij lijkt zijn verdwijning voorbereid te hebben.

Slide 19 - Quizvraag

12. Vul in wel of niet
timer
1:00
A
1 De leerlingen hoeven geen gymlessen meer te volgen
B
2 De leerlingen zijn minder snel afgeleid.
C
3 De leerlingen halen betere schoolresultaten.
D
4 4 De leerlingen werken aan hun conditie.

Slide 20 - Quizvraag

13 “I’d be surprised if she covers 5 kilometres by Christmas” (alinea 1)

Wat bedoelt Andrew McClement hiermee?
Schrijf in het Nederlands

Slide 21 - Tekstslide