samenvatting 1.4, 1.5 en 1.6

samenvatting 1.4, 1.5 en 1.6
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

samenvatting 1.4, 1.5 en 1.6

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Enkelvoudige rente
Je hebt €400,- op je spaarrekening staan en je krijgt ieder jaar 2,0% rente van de bankt.

Na 1 jaar: 400 : 100 x 2 = € 8,-
Na 2 jaar: 0,02 x 400 x 2 = € 16,-
Na 3 jaar: 0,02 x 400 x 3 = € 24,-

Oftewel na 3 jaar: (0,02 x 400) x 3 = € 24,- 

Slide 2 - Tekstslide

Bij enkelvoudige rente krijg je jaarlijks hetzelfde bedrag aan rente van de bank, mits het spaarbedrag en het rentepercentage gelijk blijft. De rente wordt dan niet bij het spaarbedrag bijgeschreven, maar gestort op een betaalrekening i.p.v. op je spaarrekening. 
Je hebt € 2.800 op je spaarrekening. Je ontvangt 1,6% rente. Hoeveel rente heb je dan na 3 jaar?

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het is 1 januari 2012. Tim stort € 5.000,- op een spaardeposito met een looptijd van 10 jaar.

De rente bedraagt 4,5% per jaar en wordt aan het einde van elk jaar op jouw betaalrekening gestort. Er is sprake van enkelvoudige interest. Er vinden geen stortingen en opnames plaats.

Bereken hoeveel rente je ontvangt gedurende de looptijd van het deposito.

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je zet € 10.000 op je spaarrekening waarop je 5% samengestelde rente per jaar opvangt. Welk bedrag staat er na 10 jaar op de rekening?

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

E = K x (1 + i)n

Lyanne stort 80% van €5.500 op haar spaarrekening
Samengesteld of enkelvoudige interest?
1,0% samengesteld per jaar

Wat heeft Lyanne na 9 jaar op haar spaarrekening staan?

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Risicoaversie
  • Hoe minder risico iemand wil lopen, des te meer risicoavers iemand is.

  • er zijn twee opties
  1. spaarrekening
  2. spaardeposito

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Consumptief krediet
verschillende kredietvormen:
Persoonlijke lening
- vast aantal termijnen
- vaste rente 
Doorlopend krediet
- lenen tot maximumbedrag 
- variabele rente 
- geld dat is afgelost, mag je opnieuw lenen 
Salariskrediet 
- rood staan op je betaalrekening
- afhankelijk van je salaris (extreem duur) 
Koop op afbetaling 
- lening bij een winkel
-consument is meteen eigenaar
Huurkoop
- bijna hetzelfde als kopen op afbetaling
- consument is eigenaar na betaling laatste      termijn. 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

aflossing in één keer

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Àflossing
Lineaire aflossing
Annuïtaire aflossing

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lineaire aflossing

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

hulp formules




Rente = (rentepercentage/100) * schuld begin
Annuïteit = rente + aflossing --> Aflossing = annuïteit – rente
Schuld einde = schuld begin - aflossing

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

extra voor vwo 
Beleggen

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Beleggen Beurs
Beleggers kunnen het geld onder meer beleggen in:
- aandelen van individuele bedrijven
- aandelen in beleggingsfondsen
- obligaties

beleggers in aandelen en obligaties nemen een koersrisico

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Risico's beleggen in aandelen
  • faillissement van het bedrijf: vermogen gedeeltelijk/geheel
       kwijt 
  • winst valt tegen: lagere winstuitkering
  • onderneming maakt verlies: geen winstuitkering
  • daling koerswaarde aandeel: koersverlies als je het aandeel 
       gaat verkopen

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dividend:
Een belegger kan kiezen uit verschillende beleggingsfondsen. Goede beleggingsfondsen maken winst op hun beleggingen. Als aandeelhouder heb je recht op een deel van deze winst. Dat is het dividend.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eva koopt op 1 januari 2020 300 aandelen Meneco voor € 31,75 per stuk.
€ 1,25 dividend per aandeel uitgekeerd.
Op 31 december 2020 is de beurskoers € 21,21 per stuk.
Bereken het dividendrendement op 31 december.
min-teken indien nodig, 1 decimaal achter de komma, % teken

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Eva koopt op 1 januari 2024 300 aandelen Meneco voor € 31,75 per stuk.
€ 1,25 dividend per aandeel uitgekeerd.
Op 31 december 2024 is de beurskoers € 21,21 per stuk.
Bereken het koersrendement op 31 december.
min-teken indien nodig, 1 decimaal achter de komma, % teken

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies