Voorbeeld: Een aannemer die voor de overheid een weg aanlegt, en een goedkoper asfalt gebruikt (moral hazard). De aannemer is gekozen omdat deze een lage prijs bood voor de klus (averechtse selectie). De kosten voor het aanleggen van de weg blijken achteraf hoger te zijn (berovingsprobleem).
Door verzonken kosten na het afsluiten van het contract veranderen de machtsverhoudingen tussen de contractpartijen. De overheid zal het project niet meer zo snel afblazen, omdat ze anders de al gemaakte verzonken kosten van het project niet meer terugverdienen (“de overheid betaalt toch wel”).