H3.4 De WIC en Suriname

3.4 | De WIC en Suriname
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

3.4 | De WIC en Suriname

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoel 3.4 | Waar hield de WIC zich mee bezig en waardoor ontstond de trans-Atlantische slavenhandel?
De WIC (West-Indische Compagnie) kreeg vanwege de Opstand kaperbrieven van de Staten-Generaal, die hen het recht gaven om Spaanse en Portugese schepen vol goud, zilver, koffie en suiker uit Amerika te kapen (Zilvervloot). 
Slavenhandel - Om zelf aan slaven te kunnen komen, veroverde de WIC eerst het Portugese slavenfort El Mina op de Afrikaanse westkust. De WIC-ambtenaren mochten zelf geen slaven vangen, daarom werd er steeds meer oorlog gevoerd (in Afrika) om krijgsgevangenen te maken. 

Slide 3 - Tekstslide

Opdracht 53
Verklaar de naam van de handelsmaatschappij die Nieuw Amsterdam stichtte.
  • De West-Indische Compagnie was de handelsmaatschappij die zich op Amerika richtte. Het gebied van de VOC werd Oost-Indië genoemd, daarom heetten Noord- en Zuid-Amerika West-Indië.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Opdracht 55
Welke rol speelden Afrikaanse koningen en Afrikaanse slavenhandelaars in de slavenhandel?
  • Ze maakten krijgsgevangenen en hielden die zelf als slaaf aan het hof of verkochten hen door. Afrikaanse slavenhandelaars verkochten slaven aan de kust aan Europese slavenschepen. Europese slavenhalers maakten gebruik van het bestaande handelsnetwerk in Afrika.


Slide 6 - Tekstslide

Opdracht 56
Geef twee redenen waarom de Nederlandse kolonie in Brazilië mislukte. Welk van die twee gold ook voor het mislukken van Nieuw Amsterdam?
Reden 1:
Nederlanders wilden niet emigreren.




Slide 7 - Tekstslide

Opdracht 56
Reden 2:
  • In Brazilië moesten de katholieke Portugese kolonisten niets van de protestantse Nederlanders hebben.
Reden 1 gold ook voor Nieuw Amsterdam.



Slide 8 - Tekstslide

Trans-Atlantische slavenhandel
Deze handel vond plaats in een driehoek: van Europa, via Afrika naar Amerika en weer terug naar Europa - de Atlantische Driehoeks handel.
Vanuit de Republiek werd er goud en zilver, vuurwapens, kleding en katoenen stoffen per schip naar West-Afrika gebracht. Daar werden de goederen geruild voor slaven. De schepen met de slaven gingen naar Curaçao. Op hun terugweg naar de Republiek namen ze vanuit Amerika katoen, suiker, tabak en koffie mee.



Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Trans-Atlantische slavenhandel
Deze handel vond plaats in een driehoek: van Europa, via Afrika naar Amerika en weer terug naar Europa - de Atlantische Driehoeks handel.
Vanuit de Republiek werd er goud en zilver, vuurwapens, kleding en katoenen stoffen per schip naar West-Afrika gebracht. Daar werden de goederen geruild voor slaven. De schepen met de slaven gingen naar Curaçao. Op hun terugweg naar de Republiek namen ze vanuit Amerika katoen, suiker, tabak en koffie mee.



Slide 11 - Tekstslide

Opdracht 57
Vul bij elke pijl de handelsproducten van de Atlantische driehoekshandel in.
Van Amerika naar Europa (3 producten): suiker, tabak, katoen, koffie.
Van Europa naar Afrika (3 producten): goud, zilver, wapens, kleding.
Van Afrika naar Amerika (1 product): slaven.




Slide 12 - Tekstslide

Huiswerk
H3.4| De WIC en Suriname
lees de paragraaf
maken opdrachten 60 t/m 67




Slide 13 - Tekstslide

Opdracht 60
Afrikaanse rondleiders in het slavenfort El Mina vinden de werkelijkheid rond de slavenhandel tegenwoordig moeilijk om te vertellen. Waarom, denk je?
  • Waarschijnlijk omdat ook de Afrikanen zelf, en dus hun eigen voorouders, meewerkten en verdienden aan verkoop van slaven en slaven hielden.





Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Opdracht 61
Wat vindt deze dominee van slavernij en had je dat van hem verwacht?
  • De dominee vertelt in zijn boek dat slavernij niet strijdig is met het christendom. 
  • Misschien niet, omdat een dominee christen is en het christendom zegt dat je je naaste moet liefhebben.





Slide 16 - Tekstslide

Opdracht 62
Leg uit wat het verband is tussen wat op bron W18 gebeurt en de Acte van Navigatie?
  • Volgens de Acte van Navigatie werd alle in- en uitvoer in Engeland voortaan door Engelse schepen gedaan of door schepen uit het land van herkomst. Omdat dat onvoordelig was voor de Republiek probeerde Michiel de Ruyter de Britse marinevloot te vernietigen.






Slide 17 - Tekstslide

Opdracht 63
Op welke manier was de verkoop van slaven geregeld?
  • Bij aankomst in Suriname werden de slaven aan boord van het slavenschip verkocht.







Slide 18 - Tekstslide

Opdracht 64
De plantages lagen in poldertjes aan de rivier. Waaruit blijkt dat?
  • Het water werd met windmolens en sluisjes afgevoerd omdat die anders onderliepen.








Slide 19 - Tekstslide

Opdracht 65
Slaven legden zich niet allemaal neer bij hun gevangenschap. Nog steeds zijn daar bewijzen voor in Suriname. Welke zijn dat?
  • Er zijn dorpen in de jungle, zoals Cottica, met afstammelingen van de marrons, de gevluchte slaven.








Slide 20 - Tekstslide

Opdracht 66
Wat is de boodschap van de gouverneur en tot wie richt hij zich eigenlijk?
  • De dag van de vrijheid, die al aangekondigd was, is aangebroken, 1 juli 1863 (Ketikoti). Hij richt zich tot de vrijgelaten slaven.









Slide 21 - Tekstslide

Opdracht 67
Wie werden gecompenseerd voor hun verlies en wie kregen geen schadevergoeding? Geef hier een verklaring voor.
  • De eigenaren van de slaven kregen een compensatie, de slaven kregen niets. De slavenhouders verloren hun kapitaal en kregen een schadevergoeding. 
  • Slaven bezaten niets dus hoefden ook geen compensatie.










Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video