- voor voorspellingen zonder bewijs gebruik je will.
I think it will rain tomorrow. voor vage plannen gebruik je will:
Voorbeeld: I will call you next month.
Bij I and we in vragende zinnen gebruik je shall. Shall we go to the cinema tonight?
- voor vaste tijden, rooster, schema gebruik je de tegenwoordige tijd (hele werkwoord, evt. +s bij he/she/it)
voorbeeld: The bus arrives at 7 pm.