This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Blok 8 Het Woonzorgcentrum
Slide 1 - Slide
Huiswerk
Beste leerling,
De quiz maken is je huiswerk in de meivakantie voor blok 8.
Je maakt de quiz voor donderdag 7 mei!!
We kunnen zien in de resultaten wie de quiz heeft gemaakt en hoe je deze hebt gemaakt.
Succes!
Slide 2 - Slide
1. Maak een foto of zoek een foto van een ADL hulpmiddel
Slide 3 - Open question
2. Noem een voordeel van seizoensgroente
Slide 4 - Open question
3. Wat is een woonzorgcentrum?
Slide 5 - Open question
4. Volgens het Voedingscentrum moeten oudere dames per dag eten: 150 gram groenten. Bij het opscheppen van de maaltijd kun je uitgaan van 50 gram per opscheplepel.
Reken volgens de regels van het Voedingscentrum voor een vrouwelijke bewoner uit: hoeveel opscheplepels groenten zij opgediend krijgt;
A
1
B
3
C
2
D
4
Slide 6 - Quiz
5. Additief betekent .....
A
bewaren
B
voedingsstof
C
toevoeging
D
voedingsmiddel
Slide 7 - Quiz
6. Wat betekent ADL?
A
Algemeen Dagelijkse Lichaamsverzorging
B
Algemeen Dagelijkse levensverrichtingen
C
Activiteiten Dagelijks Leven
Slide 8 - Quiz
7. Op welke kleur snijplank snijd je dit product?
A
Geel
B
Blauw
C
Rood
D
Groen
Slide 9 - Quiz
8. Als je op dezelfde snijplank eerst vlees snijdt en daarna sla, is er grote kans op:
A
Kruisbesmetting
B
Salmonella
C
Legionella
D
Bacteriën op het vlees
Slide 10 - Quiz
9. Waarom gebruik je verschillende kleuren snijplanken?
A
Ziet er leuk uit
B
Zodat je kan onthouden welke snijplank je gebruikt hebt
C
Voor zoveel mogelijk afwas
D
Om kruisbesmetting te voorkomen
Slide 11 - Quiz
10. Voor wat voor product gebruiken we deze snijplank ?
A
Kip en gevogelte
B
Rood vlees
C
Gebraden vlees
D
Varkens vlees
Slide 12 - Quiz
11. Als je je aan de HACCP code houdt dan.....
A
Draag je geen sieraden
B
Zorg je voor een gezellige sfeer
C
Maak je altijd lekker eten
D
Houdt je je aan de regels van de docent
Slide 13 - Quiz
12. Wat betekenen de letters HACCP
A
De controle op hygiene
B
de controle op arbo
C
De controle op ergonomie
D
De controle op de werkplek
Slide 14 - Quiz
13. Wat is dit voor een keurmerk?
A
Biologisch keurmerk
B
Beter leven keurmerk
C
Ecologisch keurmerk
D
Fairtrade keurmerk
Slide 15 - Quiz
14. Welke maaltijd is geschikt voor een veganist?
A
Broodje met halal shoarma
B
gegrilde spies met champignons, paprika en ananas
C
kipsaté met friet
D
salade met walnoten en geitenkaas
Slide 16 - Quiz
15. Wat mag iemand met Coeliakie niet eten?
A
Gluten
B
Zuivel
C
Fruit
D
Rundvlees
Slide 17 - Quiz
16. Welk van onderstaande producten bevat gluten? (meer mogelijk)
A
pizza
B
oliebollen
C
aardappelen
D
spaghetti
Slide 18 - Quiz
17. Een voedselinfectie krijg je .....
A
van vlees
B
van verse groenten
C
van vis
D
bedorven voedsel
Slide 19 - Quiz
18. In voedsel kunnen micro-organismen zitten die giftige stoffen aanmaken. Wat kun je krijgen als je die opeet?
A
Voedselallergie
B
Voedselinfectie
C
Voedselintolerantie
D
Voedselvergiftiging
Slide 20 - Quiz
19. Welk voedsel mogen moslims wel eten?
A
Brood, Eieren, varkenskarbonade
B
eieren, yoghurt, halal kipfilet
C
paardenrookvlees, halal kipfilet, eieren
D
eieren, varkenskarbonade, yoghurt
Slide 21 - Quiz
20. Is een E-nummer altijd kunstmatig gemaakt door de industrie?
A
Nee, het zijn altijd natuurlijke stoffen
B
Ja, het zijn altijd kunstmatig gemaakte stoffen
C
Soms hebben E-nummers een natuurlijke, soms een synthetische oorsprong
Slide 22 - Quiz
21. Welke manier van conserveren zie je hier afgebeeld?
A
zout
B
luchtdicht
C
gepasteuriseerd
D
Droog
Slide 23 - Quiz
22. Welke manier van conserveren zie je hier?
A
Koelen
B
Steriliseren
C
Pasteuriseren
D
luchtdicht verpakken
Slide 24 - Quiz
23. Welke manier van conserveren zie je hier?
A
Drogen
B
Steriliseren
C
Pasteuriseren
D
luchtdicht verpakken
Slide 25 - Quiz
24. "Conserveren" is een ander woord voor...
A
Museum
B
Toevoegen
C
Eten
D
Bewaren
Slide 26 - Quiz
25. Je hebt diverse voedingsgewoonten. Welke uitspraken hoort bij Hindoeïsme?
A
Ze beschouwen het varken als heilig dier en eten het vlees niet
B
Ze beschouwen de koe als een heilig dier en eten het vlees niet
C
Ze mogen geen kip eten
D
Ze eten geen vis
Slide 27 - Quiz
26. Wat mogen mensen die Koosjer eten niet?
A
Kreeft
B
Rund
C
Zalm
D
Linzen
Slide 28 - Quiz
27. Op de foto zie je een tillift. Dit is een ADL hulpmiddel. Hoe noem je dit ook wel?
A
tiltechniek
B
lifttechniek
C
transfertechniek
Slide 29 - Quiz
28. Hoe stimuleer je zelfredzaamheid van ouderen?
A
Door de juiste hulpmiddelen aan te bieden
B
Door ouderen te stimuleren tempo te maken
C
Door eenvoudige taal te gebruiken
D
Door ouderen weinig hulp aan te bieden
Slide 30 - Quiz
30. Wat is zelfredzaamheid?
A
Als je jezelf kan redden op alle gebieden van ADL
B
Als je je zelf kan redden als je een ongeluk hebt gehad
C
Als je weet wat het nodig is om zelf dingen te kunnen doen
D
Mensen helpen in het dagelijks leven die dat niet kunnen