Oefentoets 7.1 & 7.2

Oefentoets 7.1 & 7.2
1 / 28
next
Slide 1: Slide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Oefentoets 7.1 & 7.2

Slide 1 - Slide

Vluchten voor: oorlog, natuurrampen, discriminatie, mening. 
Als je wordt erkend als vluchteling wordt je een asielzoeker

Dan vraag je asiel aan: opvang of bescherming.  
Rijk door de handel

compagnieën = handelsbedrijf 

geld investeren in schepen en handelsgoederen 

= Kapitalisme 




De gouden Eeuw

Slide 2 - Slide

Gouden Eeuw
Welke eeuw was de Gouden Eeuw?
A
14e eeuw
B
15e eeuw
C
16e eeuw
D
17e eeuw

Slide 3 - Quiz

Waarom wordt de Gouden Eeuw de GOUDEN Eeuw genoemd ?
A
Vanwege de specerijen.
B
Nederland is in deze eeuw héél erg rijk geworden
C
Er was in die tijd veel goud.

Slide 4 - Quiz

Ongeveer....... procent van de mensen leefden in armoede.
A
5
B
15
C
50
D
80

Slide 5 - Quiz

WIC
VOC

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

VOC
- In 1602 wordt de VOC opgericht
- Bestuur van de VOC: Heren Zeventien
- VOC had een  monopolie in Azië

Slide 8 - Slide

De WIC
  • In 1621 werd ook de WIC opgericht.
  • Handel met West-Afrika en Amerika
  • Slavenhandel
  • Kapers

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Specerijen
Slaven
Suikerriet

Slide 11 - Drag question

De VOC had een aantal rechten.
Wat was geen recht van de VOC?
A
De VOC mocht oorlog voeren en forten bouwen
B
De VOC mocht soldaten mee aan boord
C
De VOC mocht Nederland besturen .

Slide 12 - Quiz

Wat vervoert de VOC?
A
Kruidnagel, tabak en slaven
B
slaven, kruidnagel en katoen
C
Kruidnagel, peper en nootmuskaat

Slide 13 - Quiz

Vanaf 1667 kwam Suriname in het bezit van .......................... . 
Er werd hier veel geld verdiend met de .......................... . 
Door .......................... werd hierop het werk gedaan. 
Eerst waren dit Indianen, maar later werden dit 
.......................... . Zij werden gekocht en verkocht door slavenhandelaars. De .......................... bestuurde deze kolonie.
Vul de woorden in op de juiste plaats.
Nederland
plantages
slaven
Afrikanen
WIC

Slide 14 - Drag question

Azië
Amerika
Suriname
Indonesie

Slide 15 - Drag question

VOC
WIC
Slaven
Specerijen

Slide 16 - Drag question


Dit is een koopman met zijn vrouw in Batavia.

Waar ligt Batavia?
A
India
B
Indonesië
C
Japan
D
Nederland

Slide 17 - Quiz

WIC: Driehoekshandel
Geweren, ijzer, textiel
Slaven, goud, ivoor
Suiker, koffie, tabak

Slide 18 - Drag question

Kolonialisme
Plantage
WIC
Driehoekshandel
Slavernij
Als landen heersen over andere landen om hier geld aan te verdienen
Groot landbouwbedrijf waar één bepaald product wordt verbouwd.
Als mensen geen vrijheid hebben en het eigendom zijn van iemand anders.
Handel over de wereld tussen Afrika, Amerika en Europa,
West Indische Compagnie

Slide 19 - Drag question

Het ging goed met de economie en er was veel werkgelegenheid in steden 
Er is meer grond nodig voor voedsel
Veel mensen komen naar de stad om daar te werken
Er komen immigranten naar de republiek om te werken
Steden worden uitgebreid en er wordt landbouwgrond bijgemaakt

Slide 20 - Drag question

Concurrentie
A
overheersing van een kolonie om er geld aan te verdienen
B
het geheel van productie en handel in de wereld
C
alleenrecht
D
mensen of bedrijven die hetzelfde willen bereiken als jij

Slide 21 - Quiz

Monopolie
A
fort van de WIC
B
Een ziekte waar slaven dood aan gingen
C
Alleen recht om iets te verkopen

Slide 22 - Quiz

Slide 23 - Slide

Kolonie
Een kolonie is een land dat door een ander land veroverd is en bestuurd wordt. Indonesië was een kolonie van Nederland. 

Slide 24 - Slide

Kolonie
Een stuk land
buiten
het eigen land
Nederlandse kolonies

Slide 25 - Slide

Wat is een kolonie?
A
Gebied dat mensen uit een ander land met geweld hebben ingenomen.
B
Gebied dat hoort bij een ander land.
C
De manier waarop mensen samenleven.
D
Iemand die een bepaald gebied met geweld in bezit neemt.

Slide 26 - Quiz

Wat is een kolonialisme?
A
Een Aziatisch land waar veel handel mee gedreven wordt
B
Als een Europees land heerst over een ander land om er rijker van te worden
C
Een Aziatisch land waar oorlog mee is

Slide 27 - Quiz

lever de toets in.

Je kunt nog verder oefenen door de oefentoets op Plein M te maken

Slide 28 - Slide