Verbale en non-verbale communicatie

1 / 29
next
Slide 1: Video
MentorlesMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 29 slides, with text slides and 7 videos.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Slide 1 - Video

Waar gaat deze les over?
Wat denk je?

Slide 2 - Slide

Verbale en non-verbale communicatie

Slide 3 - Slide

Oefening  1
Wat als de emotie niet klopt bij wat je zegt?

Slide 4 - Slide

                   Je meent het niet
                   Je meent het wel

 Zeg de volgende zinnen op twee manieren:
        1)  Hij heeft zijn telefoon niet bij zich.
        2) Hij is dit jaar al 6x te laat gekomen.
        3) Dat ruikt heerlijk.


Slide 5 - Slide

Wat doe je dan anders?

Slide 6 - Slide

Oefening  2 a
Persoon A   vertel een verhaal van 1 minuut over de zomervakantie.
Persoon B    a)   luistert NIET actief      
                        b)   luistert WEL actief
Diegene die luistert mag niets zeggen!!

Slide 7 - Slide

Wat doe je dan anders?

Slide 8 - Slide

actief / niet actief luisteren
  • kijk iemand aan
  • vraag door                    (waarom?  hoe komt het dat?)
  • vat samen                     (dus ..., begrijp ik het goed als ...)
  • vraag naar uitleg       (hoe komt het dat...

Let op:   te vaak 'waarom' vragen en 'maar' gebruiken is niet fijn

Slide 9 - Slide

Oefening  2 b
Persoon A   vertel een verhaal van 1 minuut
Persoon B   luistert actief én praat ook

Slide 10 - Slide

Communicatie
1) direct (face-to-face)
2) indirect (e-mail, WhatsApp)
3) verbaal (gesproken)  - ook intonatie
4) non-verbaal (uitdrukking, gebaren, emotie) 
5) eenzijdig (tv, radio, krant)
6) meerzijdig  (gesprek, ook WhatsApp)

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Slide 13 - Video

Oefening  3


huisnummer

Slide 14 - Slide

Oefening  4
Eén persoon start met iets zachtjes zeggen tegen de tweede persoon. Wat hoort de laatste persoon?

Slide 15 - Slide

Oefening  5
Groepjes van twee, ruggen naar elkaar toe:
De baas:        legt uit wat hij bouwt (bouwt ook zelf)
De bouwer:  luistert goed en bouwt het. (mag niet praten)
Diegene die luistert mag niets vragen!!

Slide 16 - Slide

Is het bouwwerk hetzelfde?

Slide 17 - Slide

     mis-communicatie
 Hoe komt dat?

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video

Zelf wel eens meegemaakt?

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Video

Oefening  6
'zwevende stok'
6 á 8 mensen hebben een stok op twee vingers vast. De stok moet op de grond komen. Maar niemand mag de stok loslaten!
Je mag praten

Slide 22 - Slide

Waarom ging dit wel of juist niet?
  • wie nam de leiding?
  • wie gaf op?
  • wie geeft niet op?

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Video

Oefening  7
Er moeten steeds 4 (of 3) personen gaan staan. Deze vier (of 3) personen mogen 
in totaal maar 10 seconden staan; daarna moeten ze gaan zitten en worden ze 
onmiddellijk vervangen door 4 (of 3) anderen uit de groep. (dus iedereen gelijk)

Lastig: Je mag niet praten. Alle communicatie over wie er gaat staan of zitten vindt non-verbaal plaats. Het doel: houdt dit zo lang mogelijk vol.
Je mag niet praten!

Slide 25 - Slide

Maak 3 teams:Van gelijke grootte (max 1 pers. afwijken van andere team(s))De verdeling jongens-meisjes moet in elke groep gelijk zijn.
  • Alle 'teamleden' moeten dezelfde overeenkomst hebben.
  • Elk team heeft een andere 'overeenkomst' 
Oefening  8
Je mag praten

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Video

Hoe zit het met jullie gebaren?

Slide 28 - Slide

The End

Slide 29 - Slide