- Gebruik: - verleden > helemaal voorbij - je weet wanneer het gebeurde
- het is afgesloten / afgerond
- Vorm: - regelmatige werkwoorden + ed - onregelmatige werkwoorden > 2e rijtje
Slide 4 - Slide
past simple: vragen en ontkennen
- Vorm: - Did + hele werkwoord
- Vorm: - didn't (did not) + hele werkwoord
Vragen:
Ontkennen:
Slide 5 - Slide
past simple: ezelsbruggetje
Slide 6 - Slide
past simple: ezelsbruggetje
Waldy
When, Ago, Last ... , Days/Dates, Yesterday/Year
Slide 7 - Slide
Present perfect
gebruik / vorm / ezelsbruggetje
Slide 8 - Slide
Present perfect
Slide 9 - Slide
present perfect:gebruik en vorm
- Gebruik: - verleden begonnen, nu nog bezig - verleden gebeurd, nu nog merkbaar - iets uit het verleden is nu nog belangrijk - Vorm: - have / has (he-she-it) + voltooid deelwoord - regelmatige werkwoorden + ed - onregelmatige werkwoorden > 3e rijtje
Slide 10 - Slide
Slide 11 - Slide
present perfect:ezelsbruggetje
Slide 12 - Slide
present perfect:ezelsbruggetje
FYNE JAS
For, Yet, Never, Ever Just, Already (Always), Since