Escher les

1 / 20
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2: Wat is een museum? 
Informatie docent: Bij deze slide leg je de kenmerken van een museum uit aan de hand van een vergelijking met de supermarkt, een plek waar veel leerlingen wel eens zijn geweest. Je bedenkt samen wat er opvalt bij een supermarkt (veel en dezelfde producten, je kunt alles kopen, op iedere straathoek is er wel een supermarkt te vinden) en legt het verband met het museum (diverse collectie, doel om ten toon te stellen) Je introduceert hierbij de  begrippen collectie en topstuk.

Vertel: Wat is een museum eigenlijk? Wie is er al wel eens in een museum geweest? (laat de leerlingen hun ervaringen delen).
Herkent iemand de plek waar deze foto’s zijn gemaakt? 

De supermarkt is een plek waar je o.a. eten en drinken kunt kopen. In bijna elke supermarkt vind je dezelfde producten en het zijn er ook zo ontzettend veel. Kijk maar eens hoeveel chips zakken of wortelen er in de schappen liggen. En het leuke is, alle producten in de supermarkt zijn te koop en mag je dus, als je betaald, mee naar huis nemen.

Klik op de cirkel met het oog: vraag de leerlingen wat ze zien. Op de afbeelding is een museumzaal in het Mondriaanhuis te zien. Je ziet kunstwerken aan de muren hangen, het zijn er een stuk minder dan de chips zakken in de supermarkt. De kunstwerken hangen daar om bekeken te worden, je kunt ze helaas niet kopen om mee naar huis te nemen. In een museum kun je heel veel verschillende objecten/voorwerpen vinden, al die objecten bij elkaar noem je de collectie. Vaak is er één heel bijzonder en belangrijk object in die collectie en dat noem je het topstuk. Iets dat misschien wel heel anders is dan de rest of juist heel gek, mooi of iets waar het museum enorm trots op is. 

Slide 2 - Drag question

Slide 3: Welk voorwerp hoort bij welk museum? 
Informatie docent: Bij deze slide bespreek je met de leerlingen dat er heel veel verschillende soorten musea bestaan, ''geen museum hetzelfde''. Je gaat klassikaal een sleepopdracht doen waarbij de leerlingen mogen raden welk voorwerp in welk museum te zien is. Heb je alle voorwerpen naar een museum gesleept? Controleer de antwoorden door op de ‘controleer’ knop te klikken. Mocht nog niet elk voorwerp op de juiste plek zijn, kies dan om de opdracht nog eens te proberen door op de ‘opnieuw’ knop te klikken. Komen jullie er niet uit? Klik dan op ‘toon antwoord’ en je krijgt de juiste combinaties te zien.

Vertel: Om te leren dat er heel veel verschillende soorten musea bestaan gaan we een sleepopdracht doen. Welk voorwerp denken jullie dat in welk museum te zien is?

Achtergrond informatie:
Naturalis in Leiden (natuurhistorisch museum): Dit is T. rex Trix, misschien wel het ‘topstuk’ van Naturalis. In het museum leer je van alles over de natuur en kan je o.a. Trix en haar dino tijdgenoten tegen het lijf lopen.

Spoorwegmuseum in Utrecht (transport museum): In dit museum leer je over hoe de trein de wereld heeft veranderd. Het heeft zelfs een echt station en heel veel verschillende treinen die je kunt bekijken. 

Museum Volkenkunde in Leiden (Volkenkundig museum): Dit museum is een museum over mensen, mensen over de hele wereld. Je leert er over verschillende culturen, tradities en gebruiken. Je ziet hier een hakschoen met het icoon Hello Kitty erop. Dit icoon komt uit de Japanse beeldcultuur.

Stedelijk Museum Amsterdam (moderne- en hedendaagse kunst en design museum): Je ziet hier een wereldberoemd Pop art kunstwerk van kunstenaar Roy Lichtenstein. Het lijkt een beetje op een stripverhaal, vind je niet? Het stedelijk museum is een plek waar je moderne en hedendaagse kunst en vormgeving kan ontdekken en beleven.

Differentiëren: Voel per groep aan of je wel of niet in moet gaan op (delen van) de achtergrond informatie bij de voorwerpen en musea. Je zou nog vragen kunnen stellen als: Is er iemand wel eens naar één van deze musea geweest? Of, wie is er wel eens naar een kunst museum geweest etc. Wat heb je daar toen gezien, geleerd of ontdekt?

Slide 3 - Slide

Slide 5: Piet Mondriaan 
Informatie docent: Bij deze slide maken de leerlingen kennis met Piet Mondriaan en hét kunstwerk waar hij wereldberoemd mee is geworden.

Vertel: We hebben het net gehad over het Mondriaanhuis, maar wie is nou die beroemde kunstenaar die in dat huis is geboren? Dit is Piet Mondriaan (wijs naar zijn foto) en in dit wiegje is hij geboren (klik op de cirkel met het oog). Piet heeft heel veel verschillende kunstwerken gemaakt, maar met dit kunstwerk en met deze stijl is hij beroemd geworden (klik op de cirkel met het oog). Wat valt je op aan dit kunstwerk? (Opvallend: hij werkt met hoekige vlakken, lijnen en specifieke kleuren, rood, geel en blauw). Piet leerde al op jonge leeftijd tekenen. Dat talent heeft hij niet van een vreemde, zijn vader was namelijk tekenleraar.

Wat zie je?

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Wat zie je?

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Wat zie je?

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Link

This item has no instructions

M.C. Escher
Maurits Cornelis Escher (1898-1972) is een van 's werelds meest beroemde grafici. Zijn kunst wordt bewonderd door miljoenen mensen over de hele wereld. M.C. 
Escher is het meest beroemd om zijn zogenaamde onmogelijke tekeningen, zoals Klimmen en Dalen en Relativiteit, maar ook om zijn metamorphoses, zoals Metamorphose I, II en III, Lucht en Water I en Reptielen.


Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Patronen

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Klimmen en dalen

Klimmen en dalen
1960 Litho, 285mm x 355mm.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Leg uit hoe jullie denken dat Escher de monniken steeds maar omhoog of omlaag kon laten lopen in hetzelfde rondje.

Slide 13 - Open question

This item has no instructions

Oefening 3
Maak nu van Lego de trap van 'klimmen en dalen' na.
Je werkt in een groepje van 2.
Bedenk hoe je dat voor elkaar zou kunnen krijgen en vul dat in op de volgende pagina.




Slide 14 - Slide

Hoe krijg je dat voor elkaar denk je?

Slide 15 - Open question

This item has no instructions

M.C. Escher
Een graficus is iemand die kunstwerken maakt met een druktechniek. Grafiek als kunstvorm wordt prentkunst genoemd.
Om van een grafisch werk meerdere exemplaren te realiseren kan de graficus een beroep doen op verschillende druktechnieken, zoals etsen, droge naald, linosnede, litho, houtsnede en zeefdruk. 


Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Relativiteit 
Relativiteit
Litho hoogte 29,1 cm breedte 29,4 cm juli 1953

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Lucht en water I
1938 Houtsnede. 439mm x 435mm.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Reptielen
1943 Litho. 385mm x 334mm.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Escher les

Slide 20 - Slide

This item has no instructions