5.2 herhalen spanning, stroom en weerstand

Welkom
Herhaling weerstand
1 / 11
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 11 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Welkom
Herhaling weerstand

Slide 1 - Slide

Vorige les

Slide 2 - Slide

Grootheden en eenheden
grootheid
eenheid
stroom
I
Ampere
 A
spanning
U
Volt
 V
weerstand
R
Ohm
Ω
Ω

Slide 3 - Slide

Stroomsterkte
Hoe meer elektronen door de draad per seconde, hoe hoger de stroomsterkte. Hoe hoger de stroomsterkte des te warmer de draad wordt.

Symbool: I 
Eenheid: ampère (A)
 


Slide 4 - Slide

Parallelschakeling
Stroomsterkte in een parallelschakeling

Slide 5 - Slide

Stroom in een parallelschakeling

Stroom in een parallelschakeling.

Meet je vlak voor een lampje dezelfde stroom als vlak voor de batterij?

Nee. De stroom Itotaal splitst zich over drie "weggetjes" en komt daarna weer samen.




Slide 6 - Slide

Spanning (U)
De Spanningsbron geeft alle stroomdeeltjes energie, dit noem je lading. 

Spanning meten we in volt (V)


Slide 7 - Slide

Weerstand
  • Hoe meer weerstand, hoe moeilijker de stroom er doorheen gaat, dus hoe minder stroom.

  • Een geleider heeft weinig   weerstand
  • Een isolator heeft veel weerstand

Slide 8 - Slide

Weerstand
Lampen en elektrische apparaten hebben ook weerstand!

Slide 9 - Slide

De weerstand berekenen.

Slide 10 - Slide

Weerstand
Batterij of stopcontact geeft altijd dezelfde spanning (V) 
De weerstand van alle aangesloten apparaten samen bepaalt de stroomsterkte uit de batterij of stopcontact; de stroom is dus elke keer anders

Formule: U = I x R



Als je twee van de drie grootheden (U, I, R) weet, kun je de derde berekenen.


Ω

Slide 11 - Slide