Bakken en Braden (H2 Bereidingstechnieken 2)

Bakken en Braden (H2 Bereidingstechnieken 2)
1 / 11
next
Slide 1: Slide
VaktheorieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 11 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Bakken en Braden (H2 Bereidingstechnieken 2)

Slide 1 - Slide

Bakken
Het garen van een product op hoge temperatuur.
  • Frituur
  • Pan
  • Oven
 
Dit gebeurt op een temperatuur tussen de 175 graden en 225 graden anders vindt de reactie van Maillard niet plaats.
Ook heb je meestal een vetstof nodig.

Slide 2 - Slide

Sauteren
  • Vorm van bakken waarbij je iets bakt in de koekenpan
  • Hoge temperatuur zodat de reactie van Maillard snel plaatsvindt en het vlees niet droog wordt.
  • Het product moet zo droog mogelijk zijn
  • Verwarm eerst de pan met vetstof voordat je het product in de pan doet.
  • Als het product een mooi bruin korstje heeft, kun je het verder garen op een lage temperatuur tot de gewenste cuisson.
  • Zorg ervoor dat je vlees op kamertemperatuur is
  • Prik niet in het vlees, maar gebruik een tang 

Slide 3 - Slide

Wat zijn de juiste temperaturen?
  • rare
  • medium rare
  • medium
  • medium well
  • well-done 

Slide 4 - Slide

Rusten
Na het bakken laat je vlees vaak even rusten voordat je het uitserveert.
  • Hierdoor kunnen de spiervezels in het vlees ontspannen waardoor het vlees malser blijft.
  • Ook condenseren de vleessappen in het vlees waardoor je minder vocht verliest bij het trancheren

Slide 5 - Slide

Rissoleren
  • Bruin bakken onder regelmatig opschudden.
Hierdoor krijgen producten snel een bruin en krokant korstje.
  • Vaak gedaan met aardappels, vlees en gevogelte
  • Gebruik een Lyonaisepan hierdoor rollen de producten makkelijker in de pan
  • Gebruik geen deksel
  • Verhit eerst de vetstof voordat het product in de pan gaat

Slide 6 - Slide

Roerbakken
  • AKA wokken
  • Omscheppend bakken van een product op hoog vuur
  • Gebruik weinig vetstof
  • vetstof is in dit geval olie
  • Temperatuur van 200 graden tot 250 graden
  • Snelle garing en snelle verdamping van vocht wat een geconcentreerde smaak oplevert.
  • Groenten, vlees, stevige vis, schaal-en schelpdieren, paddenstoelen, rijst en granen 

Slide 7 - Slide

Roerbakken
  • Je gebruikt hiervoor een wok
  • Je gebruikt een wokbrander of grote pit op het fornuis
  • Verhit eerst de wok voordat je de olie toevoegt.
  • Nadat het product in de pan is gelegd, blijf je roeren en omschudden 
  • Sommige groentes kun je van tevoren beter even blancheren ivm tijd.
  • Vaak een eenpansgerecht waardoor je producten op volgorde van bereidingstijd in de pan doet. 

Slide 8 - Slide

Braden in de oven
  • Sommige producten bak je eerst aan in de pan voordat ze de oven ingaan.
  • Voordeel van braden in de oven is dat het product langzaam gaart waardoor de natuurlijke sappen en voedingsstoffen zoveel mogelijk behouden blijven.
  • Voor een bruine korst moet je oven minimaal een temperatuur hebben van 175 graden.
  • Eventueel kun je je product nog larderen of barderen om het vlees mals te houden. 

Slide 9 - Slide

Frituren
  • Het meeste krokante korstje krijg je door een product te frituren. Dit komt door de grote hoeveelheid vetstof en hoge temperatuur.
  • Producten garen snel en gelijkmatig 
  • Groentes worden vaak eerst door een beslag gehaald.
  • Frituurpan of gewone pan
  • Voorverwarmen is noodzakelijk 

Slide 10 - Slide

Maken SVH
  • Magazine Baken en Braden 
  • Theorie opdracht Baken en Braden gevorderd.

Slide 11 - Slide