feiten meningen subjectief objectief

Leerjaar 2 - periode 2 


betoog/beschouwing
objectief en subjectief
1 / 21
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 2

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Leerjaar 2 - periode 2 


betoog/beschouwing
objectief en subjectief

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Waarom is het belangrijk dat we feiten en meningen kunnen onderscheiden?

Slide 2 - Open question

This item has no instructions

Vertel in je eigen woorden: hoe herken je of iets een feit of een mening is?

Slide 3 - Open question

This item has no instructions

want

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

De koffie is hier altijd lauw.
A
feit
B
mening

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

De koffie is hier niet te zuipen.
A
feit
B
mening

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Meneer Wolters vindt de koffie hier niet te zuipen.
A
feit
B
mening

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

mening
want
argument

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

sporten is goed voor je
Geef een objectief argument

Slide 9 - Mind map

This item has no instructions

sporten is goed voor je
Geef een subjectief argument

Slide 10 - Mind map

This item has no instructions

Je kent nu de termen: Feit, mening, argument, subjectief argument, objectief argument en drogreden.
Je kunt deze elementen ook herkennen in een tekst. 

Wat moet je hier nou mee???? 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Drogredenen

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Drogredenen
Een standpunt onderbouw je met argumenten

Bij een drogredenering klopt er iets niet aan het gebruikte argument

Slide 13 - Slide

Als je jouw mening of standpunt wil onderbouwen met een argument, dan is het belangrijk dat je een kloppend en sterk argument gebruikt om de ander te overtuigen. Een drogreden is geen sterk argument, want bij een drogreden klopt er iets niet in de argumentatie. Op het eerste gezicht lijkt er misschien weinig mis te zijn met deze argumenten, maar als je er wat beter naar kijkt en er eens goed over nadenkt, zal je zien dat de argumentatie niet deugt.
Wat zijn drogredenen?
A
Redenen die door een droge manier tot stand
B
Tegenargumenten
C
Redenen die niet kloppen, maar wel waarschijnlijk lijken
D
Argumenten om je standpunt te onderbouwen

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

In advertenties staan argumenten om het product te kopen. Hiervoor worden vaak drogredenen gebruikt.

Waarom is dat zo?
A
De producent wil zoveel mogelijk van zijn product verkopen. Dat kan alleen door drogredenen te gebruiken, want de goede argumenten zijn meestal niet geloofwaardig.
B
De producent wil zoveel mogelijk van zijn product verkopen. Hij prijst het daarom aan door alleen de positieve eigenschappen te noemen en door te overdrijven.
C
De producent wil zoveel mogelijk van zijn product verkopen. Omdat hij zelf eigenlijk niet in zijn product gelooft, moet hij wel gebruik maken van drogredenen.

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Wat voor drogredenen is "Ik heb dat niet gestolen, want ik ben geen dief.”
A
Persoonlijke aanval
B
Cirkelredenering

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Iedereen weet toch dat Rutte weer premier wordt na de volgende verkiezingen.

Hier vind je 2 drogredenen
A
bespelen van het publiek
B
overhaaste generalisatie
C
onjuiste oorzaak-gevolg-relatie
D
ontduiken bewijslast

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Wat ga je doen?
We gaan deze les een inleiding schrijven bij een betoog en bij een beschouwing.
De schrijftoets gaat over het schrijven van een goed opgebouwd betoog.
Aan de inleiding herken je het tekstdoel (informeren of overtuigen) 

D

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Tot slot:
Werk aan Taalverzorging H4.2 opdr 1,2,4
Schrijf 2 inleidingen over hetzelfde onderwerp

Slide 21 - Slide

This item has no instructions