6.3

6.3 Leerdoelen
  1. Je kunt drie vormen van warmtetransport onderscheiden.
  2. Je kunt beschrijven hoe warmtetransport door geleiding plaatsvindt.
  3. Je kunt voorbeelden geven van goede en van slechte warmtegeleiders.
  4. Je kunt beschrijven hoe warmtetransport door stroming plaatsvindt.
  5. Je kunt beschrijven hoe warmtetransport door straling plaatsvindt.
  6. Je kunt uitleggen welke voorwerpen straling goed absorberen en welke niet.
1 / 24
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3,4

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

6.3 Leerdoelen
  1. Je kunt drie vormen van warmtetransport onderscheiden.
  2. Je kunt beschrijven hoe warmtetransport door geleiding plaatsvindt.
  3. Je kunt voorbeelden geven van goede en van slechte warmtegeleiders.
  4. Je kunt beschrijven hoe warmtetransport door stroming plaatsvindt.
  5. Je kunt beschrijven hoe warmtetransport door straling plaatsvindt.
  6. Je kunt uitleggen welke voorwerpen straling goed absorberen en welke niet.

Slide 1 - Slide

Warmtetransport
Verschijnsel dat warmte uit zichzelf beweegt van de plaats met de hoogste temperatuur naar de plaats met de laagste temperatuur.

De warmte wordt van de cv-ketel naar de verschillende kamers in huis vervoerd. 
Daarbij kom je verschillende vormen van warmtetransport tegen.

Slide 2 - Slide

Warmtetransport
Warmtetransport kan plaatsvinden door:
  •  door geleiding plaatsvindt.
  •  door stroming plaatsvindt.
  •  door straling plaatsvindt.


Slide 3 - Slide

Hoe verplaatst warmte zich?
Warmtetransport = Het verplaatsen van warmte

Warmte gaat altijd van een hoge temperatuur naar een lage temperatuur.

Dit kan op 3 manieren:
Geleiding -> Vaste stoffen
Stroming -> Vloeistoffen + Gassen
Straling -> Zonder tussenstof

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Hoe verplaatst warmte zich?
Geleiding
  • Vaste stoffen, de stof blijft op zijn plaats (doorgeven). 
  • Stoffen die goed warmte doorgeven: Geleiders
  • Stoffen die slecht warmte doorgeven: Isolatoren
Stroming
  • Vloeistoffen en gassen (zelf brengen)
  • Warmte gaat omhoog, kou gaat omlaag.
Straling
  • Geen tussenstof (gooien)
  • De zon geeft 2 soorten straling:
    Licht
    Warmte (infrarood)

Straling
Stroming

Slide 6 - Slide

 Warmtetransport

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Stel je zit in de tuin te genieten van de zon. Je voel de warmte van de zon. Welk warmte transport vindt hier plaats?
A
Stroming
B
Geleiding
C
Straling

Slide 11 - Quiz

Je bent aan het koken en gebruikt een oude pan, na een tijdje pak je het handvat vast en brand jij je hand. Door welk warmtetransport kan het handvat heet zijn?
A
Stroming
B
Straling
C
Geleiding

Slide 12 - Quiz

In een fluitketel gaat de warmte door het water van onder naar boven.
Dit gebeurt door...
A
Straling
B
Stroming
C
Geleiding

Slide 13 - Quiz

Hoe gaat het warmtetransport?
A
Stroming
B
Straling
C
Geleiding

Slide 14 - Quiz

Geleiding vindt plaats in...
A
vaste stoffen
B
vloeistoffen
C
gassen

Slide 15 - Quiz

het transport van warmte met behulp van water in een cv systeem is een voorbeeld van
A
geleiding
B
stroming
C
straling

Slide 16 - Quiz

Wat is een voorbeeld van geleiding?
A
Een metalen tang in vuur is te heet om aan te pakken.
B
Ik voel warmte als mijn hand in de buurt van een gloeilamp komt.
C
Cv-ketel verwarmt water, dit komt via een leiding in de badkamer.

Slide 17 - Quiz

Waarvan is dit plaatje een voorbeeld?
A
Straling
B
Stroming
C
Geleiding

Slide 18 - Quiz

Welke vormen van
warmtetransport
worden door
een thermosfles
geblokkeerd?
A
Stroming & Straling
B
Stroming
C
Straling
D
Geleiding, stroming & straling

Slide 19 - Quiz

Je roert met een metalen lepeltje in een glas met heet water. Na verloop van tijd is het lepeltje te heet om vast te pakken. Dat is het gevolg van:
A
geleiding
B
straling
C
stroming

Slide 20 - Quiz

Hoe noem je warmtetransport door een bewegende vloeistof of gas?
A
Geleiding
B
Stroming
C
Straling

Slide 21 - Quiz

In het glas is er warmtetransport door
A
Geleiding
B
Stroming
C
Straling
D
Geen

Slide 22 - Quiz

Slide 23 - Slide

Absorberen of weerkaatsen
Donkergekleurde voorwerpen absorberen een groot deel van de straling die op ze valt. Daardoor stijgt hun temperatuur. 
Lichtgekleurde en glanzende voorwerpen absorberen maar weinig licht en infrarode straling. Ze kaatsen deze straling grotendeels terug. Daarom krijg je het in een wit T-shirt niet zo snel warm.

Slide 24 - Slide