H5.3 Wat betaalt de consument?

Hoofdstuk 5: Is handel iets voor jou?
Dit heb ik klaar liggen:
  • pen, 
  • papier
  • rekenmachine 
1 / 29
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 2

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 5: Is handel iets voor jou?
Dit heb ik klaar liggen:
  • pen, 
  • papier
  • rekenmachine 

Slide 1 - Slide

Vandaag
Huiswerk nakijken
Herhalen § 5.1 en § 5.2
Uitleg 5.3 Wat betaalt de consument? herhaling
Oefenen (samen?)
Aan het werk
Les afsluiten




Slide 2 - Slide

Huiswerk nakijken

Slide 3 - Slide

Huiswerk nakijken

Slide 4 - Slide

Huiswerk nakijken

Slide 5 - Slide

Huiswerk nakijken

Slide 6 - Slide

Huiswerk nakijken

Slide 7 - Slide

Huiswerk nakijken

Slide 8 - Slide

Doel 5.1:
  • Je weet wat marketing is.
  • Je kunt uitleggen wat voor markten er zijn.
  • Je weet wat aanbod op de markt is en wie voor het aanbod zorgt.
  • Je weet wat vraag op de markt is en wie voor de vraag zorgt.

Slide 9 - Slide

Marketing
Alles wat bedrijven doen om hun product te verkopen

Slide 10 - Slide

Vraag en aanbod


De vraag komt bij de consument vandaan.

(ze willen het hebben)


Het aanbod komt bij de verkopers vandaan.

(ze willen het verkopen)

Slide 11 - Slide

Doel 5.2:
  • Je weet wat de inkoopprijs is.
  • Je weet wat de brutowinstopslag is.
  • Je kunt de verkoopprijs berekenen.
  • Je weet wat afzet en omzet is en je kunt de omzet berekenen.

Slide 12 - Slide

Verkoopprijs = 
inkoopprijs + brutowinstopslag

Verkoopprijs = Het bedrag waarvoor een winkelier een product verkoopt.

Inkoopprijs =  De prijs die een winkelier betaalt voor een product dat hij later wil verkopen.

Brutowinstopslag = Het bedrag dat een winkelier bij de inkoopprijs optelt zodat hij zijn product voor meer geld verkoopt.







Slide 13 - Slide

Omzet = afzet × verkoopprijs

Afzet = Het aantal producten dat je verkoopt.

Omzet = De verkoopopbrengst. Het totale bedrag dat een bedrijf ontvangt door de verkoop van producten.

Slide 14 - Slide

Doel 5.3:
  • Je weet wat btw is.
  • Je kunt uitleggen waarom de btw een        indirecte belasting is.
  • Je weet wat de consumentenprijs is en hoe je deze berekent.
  • Je kunt van de consumentenprijs terugrekenen naar de verkoopprijs exclusief btw.

Slide 15 - Slide

5.3 Wat betaalt de consument?
Consumenten betalen altijd btw op producten en diensten.
 

Btw betekent: belasting over de toegevoegde waarde.
  • 21% btw-tarief: voor de meeste producten
  • 9 % btw-tarief: basisbehoeften zoals levensmiddelen en geneesmiddelen geldt een tarief van 9%.

Slide 16 - Slide

5.3 Wat betaalt de consument?

Slide 17 - Slide

5.3 Wat betaalt de consument?
Als je een product in de winkel koopt, betaal je de consumentenprijs.
Dit is de verkoopprijs inclusief btw.
BTW = Belasting toegevoegde waarde
BTW wordt ook wel omzetbelasting genoemd.

Je betaalt de btw aan de winkelier en deze draagt de btw vervolgens af
aan de Belastingdienst van de overheid. Je betaalt de btw dus via een
omweg aan de overheid. Btw noem je daarom een indirecte belasting.


Slide 18 - Slide

Voorbeeld: H&M verkoopt t-shirts.
De verkoopprijs (exclusief btw) is € 18.
De btw is 21%. Wat is de consumentenprijs?

Slide 19 - Open question

5.3 Wat betaalt de co?
Voorbeeld: H&M verkoopt t-shirts. De verkoopprijs (exclusief btw) is € 18. De btw is 21%. Wat is de consumentenprijs?

Btw: 21% van €18
0,21 x 18 = € 3,78
De consumentenprijs is: € 18 + € 3,78 = € 21,78



Slide 20 - Slide

De consumentenprijs is de verkoopprijs exclusief btw.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 21 - Quiz

BTW staat voor belasting totale waarde.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 22 - Quiz

In de winkel zie je een broek voor €60,50 inclusief 21%. Wat is de prijs exclusief btw?

Slide 23 - Open question

5.3 Wat betaalt de consument?
Van consumentenprijs terugrekenen naar verkoopprijs: 
Consumentenprijs: 121%
BTW:                               21% - 
----------------------------------
Verkoopprijs:             100%

Prijs exclusief btw= prijs inclusief 21% btw :121 x 100

Slide 24 - Slide

5.3 Wat betaalt de consument?
Op dezelfde manier wordt kun je de prijs exclusief btw berekenen bij 9% btw. 
Consumentenprijs: 109%
BTW:                               9% -
-----------------------------------
Verkoopprijs:              100%

Prijs exclusief btw= prijs inclusief 9% btw : 109 x 100 

Slide 25 - Slide

Een brood kost € 2,18 inclusief 9 % btw. Wat is de prijs exclusief btw?

Slide 26 - Open question

5.3 Wat betaalt de consument?
Voorbeeld: Een brood kost € 2,18 inclusief 9 % btw. Wat is de prijs exclusief btw?

Btw: 9% 
€ 2,18 : 109 x 100 = € 2,-

De verkoopprijs exclusief btw: € 2,-



Slide 27 - Slide

Aan het werk
Wat
Maken opgave 7 t/m 11 ( blz 148 en 149)
Hoe
Zelfstandig of met buur (zachtjes fluisteren)
Hulp
Boek, buur, mevrouw De Boer
Tijd
20 minuten
Uitkomst
Je kunt met btw rekenen
Klaar
Maken kader opgaven blz 150 + 151
Samen met mij de opgaven maken? Kom dan voorin zitten.

Slide 28 - Slide

Nabespreking
Hoe is het gegaan?
Wat ging goed?
Wat vond je moeilijk?
Welke vragen heb je nog?

Slide 29 - Slide