6.3: De Europese Unie

Welke grondstoffen gingen Europese landen als eerste samenwerken?
A
Waterstof en CO2
B
Hout en gesteente
C
Aardolie en gas
D
Kolen en staal
1 / 30
next
Slide 1: Quiz
GeschiedenisMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Welke grondstoffen gingen Europese landen als eerste samenwerken?
A
Waterstof en CO2
B
Hout en gesteente
C
Aardolie en gas
D
Kolen en staal

Slide 1 - Quiz

Hoeveel landen behoorden er in 1989 tot de Europese Gemeenschap?
A
15
B
10
C
9
D
12

Slide 2 - Quiz

Waar heeft de Europese Unie allemaal iets over te zeggen? Probeer zoveel mogelijk voorbeelden te bedenken.

Slide 3 - Open question

6.3: De Europese Unie
Na het succes van de EG wilde Europese landen op meer terreinen samenwerken; de Europese Unie werd opgericht. Er zijn Europese wetten waar landen zich aan moeten houden. De afgelopen jaren is er kritiek gekomen op de groei van de macht van de EU, met de Brexit als voorlopig 'hoogtepunt'. 

Slide 4 - Slide

Leerdoelen 6.3
3A: Je kunt uitleggen wat de belangrijkste redenen zijn waarom Europese landen gaan samenwerken in de Europese Unie.
3B: Je kunt uitleggen hoe het bestuur van de Europese Unie werkt.
3C: Je kunt het verschil uitleggen tussen nationale wetgeving en Europese wetgeving.
3D: Je kunt beargumenteren of je vóór of tegen een Europese superstaat bent.

Slide 5 - Slide

EU en Euro
  • Oprichting Europese Unie (EU) door landen van de EG (1993)
  • Samenwerking op gebieden die meer dan één land aan gaan
  • Milieu, criminaliteit, verkeer, etc.
  • Start gezamenlijke muntunie, invoering euro in 2002
  • Sommige landen doen niet mee; behouden eigen munt
6.3A

Slide 6 - Slide

6.3A

Slide 7 - Slide

Bestuur van de EU
  • Europese Commissie: Regering van EU, stelt wetten voor en zorgt voor uitvoer van wetten
  • Europees Parlement: iedere vijf jaar gekozen, totaal 705 zetels, beslist over wetten, uitgaven en controle commissie, geen recht van amendement
  • Circus Brussel-Straatsburg
6.3B

Slide 8 - Slide

6.3B

Slide 9 - Slide

Bestuur van de EU
  • Raad van Ministers: Alle ministers van alle lidstaten, enkel bij elkaar met (belangrijke) reden. Moeten ook elk nieuw wetsvoorstel goed- of afkeuren. 
6.3B

Slide 10 - Slide

6.3B

Slide 11 - Slide

Wetgeving
  • EU wetten gelden in alle lidstaten, belangrijker dan nationale wet
  • Geen wetten over specifieke lidstaten, enkel voor allen
  • VB: Data roaming in de EU
  • Lidstaat mag geen wet maken die in strijd is met een EU-wet, dan moet de wet van lidstaat worden aangepast
6.3C

Slide 12 - Slide

Superstaat?
  • Kritiek: EU heeft te veel invloed, gaat ten koste van eigen macht
  • Kritiek leidt tot Brexit; angst om grip op migratie te verliezen door mogelijkheid tot vrij reizen
  • Via referendum uit EU
  • Nu aparte handelsverdragen, zorgt voor economische stagnatie GB
6.3D

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Bron: 1 Vandaag

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Grensbewaking
A
Nationaal
B
Europees
C
Beide

Slide 18 - Quiz

Belastingheffing
A
Nationaal
B
Europees
C
Beide

Slide 19 - Quiz

Milieu wetgeving
A
Nationaal
B
Europees
C
Beide

Slide 20 - Quiz

Onderwijs
A
Nationaal
B
Europees
C
Beide

Slide 21 - Quiz

Cookie wetgeving
A
Nationaal
B
Europees
C
Beide

Slide 22 - Quiz

Wat is de boodschap van de cartoon? Wat vind de maker van de Brexit?

Slide 23 - Open question

Stelling: Een Europese superstaat is een goed idee.
Helemaal mee eens
Mee eens
Neutraal
Mee oneens
Helemaal mee oneens

Slide 24 - Poll

Nationale wetten zouden altijd belangrijker moeten zijn dan Europese wetten.
Helemaal mee eens
Mee eens
Neutraal
Mee oneens
Helemaal mee oneens

Slide 25 - Poll

We zouden een Europees leger moeten oprichten.
Helemaal mee eens
Mee eens
Neutraal
Mee oneens
Helemaal mee oneens

Slide 26 - Poll

Wanneer ging de euro officieel van start?
A
2003
B
2001
C
1998
D
2002

Slide 27 - Quiz

Wat is de belangrijkste taak van de Europese Commissie?
A
De EU-landen vertegenwoordigen bij de VN
B
Financiële steun geven aan bedrijven
C
Wetgeving voorstellen aan de EU
D
Beslissingen nemen voor alle lidstaten

Slide 28 - Quiz

Wie zijn de leden van de Raad van Ministers?
A
Europese Commissie leden
B
Ministers van de lidstaten
C
Parlementariërs uit nationale parlementen
D
Leden van het Europees Hof

Slide 29 - Quiz

Wat is de hiërarchie tussen Europese en nationale wet?
A
Europese wet gaat voor nationale wet
B
Nationale wet is altijd belangrijker

Slide 30 - Quiz