3A: Je kunt uitleggen wat de belangrijkste redenen zijn waarom Europese landen gaan samenwerken in de Europese Unie.
3B: Je kunt uitleggen hoe het bestuur van de Europese Unie werkt.
3C: Je kunt het verschil uitleggen tussen nationale wetgeving en Europese wetgeving.
3D: Je kunt beargumenteren of je vóór of tegen een Europese superstaat bent.