This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
Massapercentage + reactievergelijkingen oefenen
Slide 1 - Slide
Reactievergelijkingen
Slide 2 - Slide
Ammoniak kan met zuurstof reageren tot stikstofmonoxide en water. Geef een kloppende reactie vergelijking.
Slide 3 - Open question
Uit aluminiumoxide (Al2O3) kan aluminium gewonnen worden door het aan te sluiten op een stroombron. Geef de kloppende reactievergelijking.
Slide 4 - Open question
Massapercentage
Slide 5 - Slide
Welke formule is juist voor het berekenen van het massapercentage van een atoom in een verbinding? 1 of 2?
A
1
B
2
Slide 6 - Quiz
Wat is het massapercentage waterstof in aceton?
A
100%
B
10,41%
C
89,59%
D
27,55%
Slide 7 - Quiz
Wat is het massapercentage jood in calciumjodide ?
(CaI2 )
A
76,0%
B
86,4%
C
Het juiste antwoord staat er niet tussen
Slide 8 - Quiz
Bereken het massapercentage calcium in kalksteen.
A
0,40 %
B
4,0%
C
40%
D
0,04%
Slide 9 - Quiz
Wat is het massapercentage van waterstof in water?
A
33%
B
11%
C
89%
D
66%
Slide 10 - Quiz
wat is het massapercentage van zuurstof in ?
H2SO4
A
16,3%
B
32,7%
C
65,3%
D
45,1%
Slide 11 - Quiz
Een monster van 25 gram bevat 5 gram zout. Bereken het massapercentage van zout in het monster.
timer
1:00
Slide 12 - Open question
Een oplossing bevat 40 gram suiker opgelost in 200 gram water. Bereken het massapercentage van suiker in de oplossing.
timer
1:00
Slide 13 - Open question
In een blokje metaal is het massapercentage koper 15 % en het massapercentage tin 85 % . De totale massa van het blokje is 250 gram. Bereken hoeveel koper het blokje bevat.
timer
1:00
Slide 14 - Open question
Een mengsel bestaat uit 60 % ijzer en 40 % koolstof. Bereken het volume van koolstof in 3,0 L van het mengsel.
timer
1:00
Slide 15 - Open question
Een oplossing bevat 33 % natriumchloride opgelost in 67 % water, de totale massa is 2,0 kg. Bereken hoeveel gram natriumchloride is opgelost.