Politiek oefentoets H10 tm 15

Maatschappijkunde
Oefentoets H10 tm 15
1 / 24
next
Slide 1: Slide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Maatschappijkunde
Oefentoets H10 tm 15

Slide 1 - Slide

1. Binnen de Europese Unie zijn er allerlei gebieden waarop de lidstaten samenwerken. Op welk soort samenwerking was de Europese Unie vanaf het ontstaan vooral gericht?
A
economische samenwerking
B
samenwerking op het gebied van buitenlands beleid
C
samenwerking op het gebied van milieu
D
sociaal-culturele samenwerking

Slide 2 - Quiz

Slide 3 - Slide

2. Wordt met het plan uit tekst 4 een uitgangspunt van de Europese Unie (EU) aangetast?
A
ja, het garanderen van een eerlijke concurrentie tussen de lidstaten van de EU
B
ja, het recht om als EU-burger vrij te reizen binnen de EU
C
ja, het recht om producten in een ander EU-land te kopen
D
nee, er wordt geen uitgangspunt van de EU aangetast

Slide 4 - Quiz

3. Beslist (mee) over nieuwe wetten en controleert de Europese Commissie.
A
Europees Parlement
B
Europese Commissie
C
Europese raad van ministers
D
Raad van Europese Unie

Slide 5 - Quiz

4. Bestaat uit ministers uit alle EU-landen en stemt over wetsvoorstellen.
A
Europees Parlement
B
Europese Commissie
C
Europese Raad
D
Raad van Europese Unie

Slide 6 - Quiz

5. Dagelijks bestuur van de EU
A
Europees Parlement
B
Europese Commissie
C
Raad van Europese Unie
D
Europese Raad

Slide 7 - Quiz

6. Europees Hof van Justitie
A
dagelijkse bestuur
B
onafhankelijke rechterlijke macht
C
beslist mee over wetten
D
bestaat uit alle ministers

Slide 8 - Quiz

Alle regeringsleiders
EU-top
Dagelijks bestuur van de EU
Voert wetten uit
Eurocommissaris
Controleert of of de lidstaten zich aan de wet houden
Samenstelling verandert vaak: telkens andere ministers
Stemt voor of tegen de regels van Europese Commissie
Elke vijf jaar gekozen
Beslist mee met wetgeving/ controleert EC
751 leden

Slide 9 - Drag question

Fase 1
Fase 2
Fase 3
Fase 4
Wens wordt politiek probleem
Bedenken van oplossingen van het probleeem
Besluit nemen
Besluit uitvoeren

Slide 10 - Drag question

9. Geef twee voorbeelden hoe de EU ons nu dagelijks beinvloed.

Slide 11 - Open question

Slide 12 - Slide

10. Het politieke besluitvormingsproces verloopt in een aantal fasen. Welke fase is te herkennen in tekst 18?
A
Fase 1
B
Fase 2
C
Fase 3
D
Fase 4

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Slide

11. Het proces van politieke besluitvorming bestaat uit verschillende fasen. Welke fase is te herkennen in tekst 22?
A
Fase 1
B
Fase 2
C
Fase 3
D
Fase 4

Slide 15 - Quiz

12. Wat betekent "een compromis sluiten"?

Slide 16 - Open question

12. Noem vier manieren hoe je politiek kan beinvloeden.

Slide 17 - Open question

13. Bij politici steun vragen voor de eigen standpunten.
A
Machtsmiddel
B
Lobbyen
C
Beleidsvoorbereiding
D
Adviesorgaan

Slide 18 - Quiz

Wat is een referendum?

Slide 19 - Open question

14. Er zijn voorstanders en tegenstanders van een referendum. Tegenstanders van een referendum geven als argument onder andere dat het organiseren ervan veel tijd en geld kost. Geef twee andere argumenten tegen een referendum.

Slide 20 - Open question

15. Wanneer kun je een klacht indienen bij de Nationale Ombudsman?
A
als een winkel je niet het juiste product geleverd heeft
B
als je de inhoud van wetten niet goed vindt
C
als je een conflict met een andere burger hebt over de openbare ruimte
D
als je vindt dat een overheidsinstantie haar werk niet goed heeft gedaan

Slide 21 - Quiz

16. Geen twee voorbeelden hoe de politiek zou kunnen veranderen.

Slide 22 - Open question

17. Wat doen belangengroepen?

Slide 23 - Open question

18. Geef een voorbeeld van een belangengroep

Slide 24 - Open question