M&M Economie Boek2/Hfst2/Cursus2.3&2.4

Hoe heet aanbod van producten over de hele wereld?
A
Wereldmarkt
B
Wereldeconomie
1 / 14
next
Slide 1: Quiz
EconomieMiddelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 2

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Hoe heet aanbod van producten over de hele wereld?
A
Wereldmarkt
B
Wereldeconomie

Slide 1 - Quiz

Welke grondstoffen passen het beste bij de eindproducten?
Cacao
Katoen
Rubber

Slide 2 - Drag question

Wat wordt er bedoeld met NIET-Westerse wereld?

Slide 3 - Mind map

Voor de werelddelen Europa, Noord-Amerika en Australië samen gebruiken we twee namen, welke?
A
Het Oosten
B
Het Westen
C
Niet Westerse wereld
D
Westerse wereld

Slide 4 - Quiz

Wie zorgt voor het volgende in deze bedrijfskolom?
Zorgen voor inkoop, transport en verkoop
Kopen van de bananen
Vervoer naar detailhandel en verkoop in winkel
Transport van haven naar haven
Kweken, plukken en inpakken
Transport van plantage naar haven
Vervoer van haven naar rijperij en groothandel en verkoop aan detailhandel
Bananenboer
Exportbedrijf
Scheepvaartmaatschappij
Multinational
Groothandel
Detailhandel
Consument

Slide 5 - Drag question

Wat kost een reep chocolade incl. BTW?
Cacaoboer en lokale belasting  € 0,10                          
Transport Cacao                               € 0,33                         
Melkpoeder                                         € 0,06                          
Suiker                                                     € 0,06
Productie chocoladerepen          € 0,50
Transport                                              € 0,08
Multinational/ Merk                          € 0,38
Groothandel en detailhandel      € 0,56
Verkoopprijs ex. BTW                      € 2,07
BTW?                                                       € ???
Consumentenprijs                           € ???

Slide 6 - Slide

Reken de bedragen van de vorige slide uit: Wat kost een reep chocolade incl. BTW
A
€ 3,00
B
€ 2,07
C
€ 3,07
D
€ 2,00

Slide 7 - Quiz

Wie vangt het meeste geld voor een reep chocolade?

Slide 8 - Open question

Sleep de antwoorden naar de juiste begrippen:
aanbod van producten over de hele wereld
ander woord voor de westerse wereld
economisch samenwerken over de hele wereld
de werelddelen Azië, Midden- en Zuid-Amerika en Afrika
de werelddelen Europa, Noord-Amerika en Australië
De westerse wereld
het Westen
wereldeconomie
wereldmarkt
de niet-westerse wereld

Slide 9 - Drag question

Vul de volgende woorden in op de stippellijn:
Wel
Rijk
Arm
Lage
Arme
Een ontwikkelingsland is een .......... land.
Ontwikkelingshulp komt van een ............. land.
De Wereldbank leent geld aan........ landen tegen een ..... rente
De Nederlandse overheid geeft ........ ontwikkelingshulp aan arme landen.

Slide 10 - Drag question

Wat zijn invoerrechten?

Slide 11 - Open question

Fairtrade-producten zijn iets duurder. Wie wordt hierdoor beter betaald?
A
Multinational
B
Vervoerder
C
Producent/boer
D
Detailhandel

Slide 12 - Quiz

Eerlijke handel! Verbinden:
Eenlijst met regels, bijvoorbeeld lonen
Dat een bedrijf niet alleen winst maakt, maar ook rekening houdt met de mensen en het milieu
Lonen, werktijden
Wat is maatschappelijk verantwoord ondernemen?
Welke dingen kunnen in een gedragscode staan?
Wat is gedragscode?

Slide 13 - Drag question

Verbindt de volgende begrippen:
Bank waarbij ontwikkelingslandengeld tegen een lage rente kunnen lenen.
Belasting die aan de grens moet worden betaald door de importeur van een product.
Organisatie die let op de regels voor de wereldhandel
Producten waaraan de producent beter verdient.
Eerlijke handel
Invoerrechten
Wereldbank
WTO

Slide 14 - Drag question