This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 40 min
Items in this lesson
Nederlands 04-04
- stillezen - Uitleg paragraaf 3 (herhaling)
- Zelfstandig werken
Slide 1 - Slide
Ik weet wanneer ik telwoorden en bijvoeglijk naamwoorden met of zonder -n moet schrijven en kan dit toepassen in verschillende opdrachten.
Slide 2 - Poll
Met of zonder -n?
Telwoorden en bijvoeglijk naamwoorden:
Met -n: 1. Het woord moet betrekking hebben op personen 2. Het woord moet zelfstandig gebruikt worden
voorbeeld: -Allen deden goed mee op de sportdag en sommigen hadden daarna spierpijn. -Enkele van die slangen zijn levensgevaarlijk. -Beide banketbakkers bakken lekkere taarten. - Sommige jongeren willen later veel geld verdienen met vloggen, maar slechts enkelezullen dit kunnen waarmaken.
Slide 3 - Slide
Met of zonder -n?
Woorden die altijd met een -n aan het einde geschreven worden:
- Tientallen, honderden, duizenden, miljoenen
- Stoffelijk bijvoeglijk naamwoorden die al op -en eindigen, behouden de -en aan het eind: gouden, zilveren, koperen etc.
Slide 4 - Slide
Met -n
Zonder -n
Bijvoeglijk gebruikte telwoorden.
Telwoorden met betr. op zaken/dieren.
Zelfstandig gebruikte telwoorden met betr. op personen.
Zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoor- den.
Slide 5 - Drag question
Is het telwoord (in hoofdletters) bijvoeglijk of zelfstandig gebruikt? Vanwege de gladheid kwamen VELEN te laat op hun werk
A
zelfstandig
B
bijvoeglijk
Slide 6 - Quiz
Noteer de juiste vorm van de telwoorden en de zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden (met of zonder -n).
Frank en Ronald de Boer waren [beide|beiden] zeer getalenteerde voetballers.
A
beide
B
beiden
Slide 7 - Quiz
Is het onderstreepte telwoord bijvoeglijk of zelfstandig gebruikt? In enkele bladzijden van mijn boek zit een vouw.
A
bijvoeglijk
B
zelfstandig
Slide 8 - Quiz
Noteer de juiste vorm van de telwoorden en de zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden (met of zonder -n).
De meeste pistachenoten gingen gemakkelijk open, maar [sommige|sommigen] konden we niet breken.
A
sommige
B
sommigen
Slide 9 - Quiz
Noteer de juiste vorm van de telwoorden en de zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden (met of zonder -n).
In Groningen wonen heel wat studenten en de [meeste|meesten] hadden zich dit jaar te laat ingeschreven.
A
meeste
B
meesten
Slide 10 - Quiz
Noteer de juiste vorm van de telwoorden en de zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden (met of zonder -n).
Van alle appels vind ik de Golden Delicious en de Granny Smith nog altijd de [lekkerste|lekkersten].
A
lekkerste
B
lekkersten
Slide 11 - Quiz
Toen de kandidaten nogmaals opkwamen, werden de (leukste/leuksten) begroet met applaus.
Slide 12 - Open question
Hoeveel (bekende/bekenden) kwam jij gisterenavond tegen op de verjaardag van Anita?
Slide 13 - Open question
Aan de slag
Voor volgende week woensdag af:
HAVO Spelling paragraaf 3 opdracht 1 t/m 4 + 6 VWO Spelling paragraaf 3 opdracht 1, 2, 4 en 5
Slide 14 - Slide
Ik weet wanneer ik telwoorden en bijvoeglijk naamwoorden met of zonder -n moet schrijven en kan dit toepassen in verschillende opdrachten.