H1A: formuleren: §6 trappen van vergelijking- 17-03-25

Welkom H1A!
timer
2:00
Deze spullen heb ik nodig:

  • Leesboek
  • Werkboek (theorie boek Nederlands)
  • Etui
Je mag zelf weten waar je gaat zitten

Maar: 
- als het niet rustig blijft
- je meer dan eens gewaarschuwd moet worden
- je niet op zit te letten
- etc...
Dan zet ik je ergens anders...
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Welkom H1A!
timer
2:00
Deze spullen heb ik nodig:

  • Leesboek
  • Werkboek (theorie boek Nederlands)
  • Etui
Je mag zelf weten waar je gaat zitten

Maar: 
- als het niet rustig blijft
- je meer dan eens gewaarschuwd moet worden
- je niet op zit te letten
- etc...
Dan zet ik je ergens anders...

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?
  1. Oefeningen §5 nakijken
  2. Uitleg stof: §6 trappen van vergelijking 
  3. Evaluatie
  4. Zelfstandig oefenen/ HW maken/ vragen stellen/ spelletje doen 

Slide 2 - Slide

Oefeningen 
nakijken §5 
timer
3:00

Slide 3 - Slide

Oefeningen 
nakijken §5 
timer
3:00

Slide 4 - Slide

Wat gaan we doen?
  1. Oefeningen §5 nakijken
  2. Uitleg stof: §6 trappen van vergelijking 
  3. Evaluatie
  4. Zelfstandig oefenen/ HW maken/ vragen stellen/ spelletje doen 

Slide 5 - Slide

Lesdoelen
Aan het einde van de les:
- Kan ik de drie trappen van vergelijking noemen
- kan ik de trappen van vergelijking op de juiste manier gebruiken met als en dan 

Slide 6 - Slide

trappen van vergelijking

Slide 7 - Slide

Trappen van vergelijking

Slide 8 - Slide

stellende trap
vergrotende trap
overtreffendetrap
groot
groter
grootst
duur
duurder
duurst
fijn
fijner
fijnst
dom
dommer
domst
Trappen van vergelijking

Slide 9 - Slide

Uitzonderingen
goed - beter- best
veel - meer - meest
logisch - logischer - ...
uitgerust - uitgeruster -...

Slide 10 - Slide

Opdracht - zelfstandig-   
Bedenk een zin van minimaal 7 woorden waarin je twee dingen met elkaar vergelijkt. 
Er moet sowieso het volgende in staan: 
- een bijvoeglijk naamwoord in de stellende, vergrotende of overtreffende trap 
- als of dan
- een verwijswoord 

timer
5:00

Slide 11 - Slide

Bedenk een zin van minimaal 7 woorden waarin je twee dingen met elkaar vergelijkt.

Er moet sowieso het volgende in staan:
- een bijvoeglijk naamwoord in de vergrotende trap
- als of dan
- een verwijswoord (deze, die, dit, dat)

Slide 12 - Open question

Groter als/dan???
Evengroot als/dan???

Slide 13 - Slide

De regel is...
Na de stellende trap gebruik je het woordje als (wanneer het gelijk aan elkaar is). Vaak gebruik je ook de woorden even of (net) zo. Bijvoorbeeld: 
Mijn moeder kan net zo snel fietsen als ik

Na de vergrotende trap gebruik je het woordje dan (wanneer er een verschil aanwezig is). Bijvoorbeeld:
Mijn vader kan sneller fietsen dan jij.

Slide 14 - Slide

Saartje is mooier
A
als mij
B
als ik
C
dan mij
D
dan ik

Slide 15 - Quiz

"slimmer" hoort bij de...
A
vergrotende trap
B
stellende trap
C
overtreffende trap
D
brandweertrap

Slide 16 - Quiz

Doris heeft dezelfde fiets
A
als hem
B
dan hem
C
als hij
D
als hem

Slide 17 - Quiz

Hij heeft een langere vakantie
A
dan wij
B
dan ons
C
als wij
D
als ons

Slide 18 - Quiz

De stellende trap van "best" is...
A
bet
B
bester
C
goed
D
beter

Slide 19 - Quiz

Dik is even groot
A
als haar
B
als zij
C
dan haar
D
dan zij

Slide 20 - Quiz

Wat is de overtreffende trap van "logisch"?
A
logischer
B
logischst
C
logischt
D
meest logische

Slide 21 - Quiz

Wat gaan we doen?
  1. Oefeningen §5 nakijken
  2. Uitleg stof: §6 trappen van vergelijking 
  3. Evaluatie
  4. Zelfstandig oefenen/ HW maken/ vragen stellen/ spelletje doen 

Slide 22 - Slide

Evaluatie - exit ticket 
Lesdoelen: aan het einde van de les:
- Kan ik de drie trappen van vergelijking noemen
- kan ik de trappen van vergelijking op de 
juiste manier gebruiken met als en dan 
timer
5:00

Slide 23 - Slide

Wat gaan we doen?
  1. Oefeningen §5 nakijken
  2. Uitleg stof: §6 trappen van vergelijking 
  3. Evaluatie
  4. Zelfstandig oefenen/ HW maken/ vragen stellen/ spelletje doen 

Slide 24 - Slide

AAN DE SLAG/ 
HW maken tot einde van de les

Maak voor maandag 24 maart:
§6: oefeningen 1 t/m 6 op pag. 241 

Klaar? --> laat maar zien dan mag je een kaartspelletje doen! 

Slide 25 - Slide