Woordenschat

Woordenschat
1 / 16
next
Slide 1: Slide
TaalBasisschoolGroep 6

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 10 min

Items in this lesson

Woordenschat

Slide 1 - Slide

Wat is de puck?
A
een professionele sporter
B
een blok waar je tegen aanstaat bij de start van de wedstrijd
C
de bal bij balsporten
D
de platte schijf bij ijshockey

Slide 2 - Quiz

Wat betekent fanatiek?
A
een sport die je in je eentje doet
B
slecht tegen je verlies kunnen
C
graag willen winnen
D
niet opgeven

Slide 3 - Quiz

Wat betekent balanceren
A
tot rust komen
B
goed kunnen sporten
C
overeind blijven staan
D
in evenwicht blijven

Slide 4 - Quiz

Wat is de tactiek?
A
de manier waarop je iets aanpakt om iets te bereiken
B
de manier waarop je iets doet
C
iets op het goede moment doen
D
het veroorzaakt grote opwinding

Slide 5 - Quiz

Wat is de techniek
A
de manier waarop je gaat sporten
B
de manier waarop je iets doet
C
de manier waarop je iets aanpakt om iets te bereiken
D
Iets op het goede moment doen

Slide 6 - Quiz

Als je iets afraad, wil je dat iemand iets niet doet
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quiz

Als je veel lef heb kom je goed tot rust?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quiz

Als je passief bent kom je gelijk in actie
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quiz

Als je actief bent kom je gelijk in actie
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quiz

Als je alles durft dan ben je een...
A
Proff
B
Waaghals
C
Angsthaas
D
Hindernis

Slide 11 - Quiz

De piste is...
A
een baan voor skiërs
B
een baan voor wielrenners
C
Een baan voor zwemmers
D
Een baan voor voetballers

Slide 12 - Quiz

Als je roekeloos bent, denk je goed na voordat je iets doet.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 13 - Quiz

Als je een hoog tempo hebt, ben je heel snel
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quiz

Als iets voor grote opwinding zorgt heet dat...
A
Sensationeel
B
Recreatief
C
Schakelen
D
Roekeloos

Slide 15 - Quiz

Een sport die je in je eentje doet heet een individuele sport
A
Waar
B
Niet waar

Slide 16 - Quiz