Oefentoets Paragraaf 3.4 Reactievergelijking

Belangrijk:
- Jullie hebben 30 minuten de tijd.
- Je kan niet terug na de vorige vraag.
- Bij een fotovraag ook echt foto insturen!
- Op de volgende slide staan de leerdoelen.
Succes!
1 / 15
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Belangrijk:
- Jullie hebben 30 minuten de tijd.
- Je kan niet terug na de vorige vraag.
- Bij een fotovraag ook echt foto insturen!
- Op de volgende slide staan de leerdoelen.
Succes!

Slide 1 - Slide

  • L3-9 Ik kan de systematische naam van een stof opstellen door gebruik te maken van de kennis uit de leerdoelen L3-1 t/m L3-8.
  • L3-10 Je kunt vanuit een molecuulformule de systematische naam maken en vanuit de systematische naam de molecuulformule achterhalen.
  • L3-12 Ik kan uitleggen hoe het Periodiek Systeem der Elementen is opgebouwd met groepen, perioden, metalen en niet-metalen.
  • L3-15 Ik kan van een reactieschema een reactievergelijking maken.
  • L3-16 Ik kan een reactievergelijking kloppend maken door de coëfficiënten aan te passen.
Deze toets gaat over de volgende leerdoelen:

Slide 2 - Slide


Geef de systematische naam van de volgende formule: P2S4

Slide 3 - Open question

Sleep de begrippen naar de juiste plek in het periodiek systeem.
Let op er blijven begrippen over!
Groepen
Zouten
Perioden
Edelgassen
Halogenen
Niet-metalen
Formules
Metalen

Slide 4 - Drag question

Hoeveel verschillende moleculen zien we hier?
A
1
B
2
C
3
D
6

Slide 5 - Quiz

Welke getallen mag je aanpassen om een reactievergelijking kloppend te maken?
A
De coëfficiënten
B
De index
C
De coëfficiënten en de index
D
De coëfficiënten en de index van de producten

Slide 6 - Quiz

Welke coëfficiënten moet je invullen om de reactie kloppend te maken?

....P(s)+....Cl2....PCl5
A
1 - 2 - 5
B
2 - 5 - 2
C
2 - 2 - 5
D
1 - 5 - 2

Slide 7 - Quiz

Welke coefficienten moeten er staan om de vergelijking kloppend te maken?
....Mg3N2(s)+....H2O(l)....MgO(s)+....NH3(l)
A
1 - 3 - 3 - 2
B
2 - 6 - 6 - 4
C
1 - 2 - 2 - 3
D
1 - 6 - 3 - 2

Slide 8 - Quiz


Wat moet er voor CO2 staan om de reactie kloppend te maken?

C6H12O6(s)+6O2(g)6H2O(g)+....CO2(g)
Geef je antwoord als een getal!

Slide 9 - Open question

Geef de reactievergelijking van
Kalium (s) reageert met broom tot vast kaliumbromide (KBr).

Zet bij deze vraag: ZIE PAPIERTJE. Schrijf de reactievergelijking op een papiertje en lever die in.

Slide 10 - Open question

Maak de kloppende reactievergelijking van stikstofgas dat reageert met zuurstofgas tot stikstofdioxidegas.

Zet bij deze vraag: ZIE PAPIERTJE. Schrijf de reactievergelijking op een papiertje en lever die in.

Slide 11 - Open question


Het is mogelijk om stikstofmonooxide (g) te laten reageren met zuurstof en water. Daarbij ontstaat één stof namelijk een oplossing van salpeterzuur dat is HNO3 (aq) Let ook op de juiste fasen!

Geef de reactievergelijking en zet bij deze vraag: ZIE PAPIERTJE. Schrijf de reactievergelijking op een papiertje en lever die in.

Slide 12 - Open question


Wanneer nikkeloxide, NiO (s) met koolstof reageert, moet er behalve koolstofdioxide nog een ander stof ontstaan. Geef de formule en leg uit waarom er nog een stof moet ontstaan. 

Slide 13 - Open question

  • L3-9 Ik kan de systematische naam van een stof opstellen door gebruik te maken van de kennis uit de leerdoelen L3-1 t/m L3-8.
  • L3-10 Je kunt vanuit een molecuulformule de systematische naam maken en vanuit de systematische naam de molecuulformule achterhalen.
  • L3-12 Ik kan uitleggen hoe het Periodiek Systeem der Elementen is opgebouwd met groepen, perioden, metalen en niet-metalen.
  • L3-15 Ik kan van een reactieschema een reactievergelijking maken.
  • L3-16 Ik kan een reactievergelijking kloppend maken door de coëfficiënten aan te passen.
Leerdoelen

Slide 14 - Slide


Reflectie
- In hoeverre vind jij dat je de leerdoelen beheerst?
- Wat moet je nog meer oefenen?
- Wie of wat heb je daar voor nodig?  

Slide 15 - Open question