Periode 2 week 52 les 1

Bonjour les jeunes! 


- Chewing gum à la poubelle
- Enlève ta veste
- Prends ton livre et ton cahier 
- On commence dans 2 minutes

                            MERCI!

timer
2:00
1 / 40
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-3

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Bonjour les jeunes! 


- Chewing gum à la poubelle
- Enlève ta veste
- Prends ton livre et ton cahier 
- On commence dans 2 minutes

                            MERCI!

timer
2:00

Slide 1 - Slide

Proef 2 
maandag 13 januari (proefwerkweek)
- Vocabulaire p. 86 & 87 Frans - Nederlands & Nederlands - Frans 
- Phrases- clés p. 88 Frans - Nederlands & Nederlands – Frans
- Gemaakte opdrachten chapitre
- Grammaire
1. verleden tijd (imparfait) herkennen p. 58
2. à en de + een bepaald lidwoord p. 68, 69, 86
3. werkwoorden op -ir présent en passé composé p. 82, 83, 89
- Leestekst







Slide 2 - Slide

Les objectifs
Aan het eind van deze week .....

1) Kan ik eenvoudige jeugdliteratuur lezen

2) Kan ik bepalen wat ik nodig heb om mij goed voor te bereiden op proef 2

3) Ken ik Franse woorden die te maken hebben met kerstmis







Slide 3 - Slide

Imparfait
stappenplan Imparfait (verleden tijd)

1. Neem de ‘nous-vorm’ van de tegenwoordige tijd van het werkwoord.
2. Haal de uitgang ‘-ons’ weg
3. Plak daar de juiste uitgang van de imparfait achter

Slide 4 - Slide

Imparfait

Je …ais
tu …ais
il/elle/on …ait
nous …ions
vous …iez
ils/elles …aient
Voorbeelden

je habitais
tu habitais
il/elle habitait
nous habitions
vous habitiez
ils/elles habitaient

Slide 5 - Slide

Etre

j’étais

tu étais
il était
nous étions
vous étiez
ils étaient




Avoir 

j'avais
tu avais
il/elle avait
nous avions
vous aviez
ils/elles avaient


Slide 6 - Slide

Check- in
Maak met je groepje een mindmap van chapitre 2 

Wat weten jullie al van Alice en haar liste?



Slide 7 - Slide

Uitleg bewijs 3 leesdossier
Dit bewijs bestaat uit 2 leesonderdelen
1. leesboekje 'Alice la liste' - opdrachten over het leesboekje tijdens de les in week 6
2. leesteksten met opdrachten naar keuze - dit dossier lever je in (starten na de kerstvakantie)



week 6 week van 3 februari

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

In deze LessonUp ontdenk je de woordenschat rondom de feestdagen in Frankrijk.

Wie heeft straks de meeste goede antwoorden?

Slide 10 - Slide

In welk seizoen vieren we kerst?
A
en été
B
au printemps
C
en hiver
D
en automne

Slide 11 - Quiz

Op welke dag is het Noël in
Frankrijk?
A
le vingt-quatre décembre
B
le vingt-six décembre
C
le vingt-cinq décembre
D
le vingt-trois décembre

Slide 12 - Quiz

Welke elementen horen bij ieder gelegenheid?
Noël
feu d'artifice
gâteau
bon anniversaire!
sapin
souffler les bougies
rudolphe 
le renne
bonne année
boules & guirlandes,
champagne
date de 
naissance

Slide 13 - Drag question

Koppel de woorden aan de plaatjes
chanter
le sapin de Noël
faire la fête
les cadeaux
la carte de voeux 
les feux d'artifice

Slide 14 - Drag question

Welke Franse woorden kun je maken met
deze letters?
SPIAN ED LNEO

Slide 15 - Open question


CDAUAEX
Welk woord kun je met deze letters maken ?

Slide 16 - Open question

Wat heeft deze kerstboom NIET voor décorations?
A
des bougies
B
des étoiles
C
des feuilles
D
des guirlandes

Slide 17 - Quiz

Strasbourg est la capitale française de Noël. 

Cette ville organise un immense marché de Noël, un des plus grands en Europe!

Slide 18 - Slide

Regarde la vidéo et réponds aux questions

Slide 19 - Slide

3

Slide 20 - Video

00:31
Wat is het meest bijzonder in "Strasbourg"?
A
er hangen veel decoraties op winkels en huizen.
B
iedereen draagt een Kerst kledingitem.
C
In het centrum staat er een Kerstkoor te zingen.
D
Er is een lange wachtrij om de Kerstman te ontmoeten.

Slide 21 - Quiz

01:21
Wat zijn "bredele"?
A
kleine Kerstkoekjes
B
typische Kerstkleren in de Elzas.
C
Kerstmarktstallen
D
kleine huisjes

Slide 22 - Quiz

01:39
Wat is NIET verkocht op de Kerstmarkt?
A
knuffeldieren
B
bretzels
C
Kerstman costuum
D
Kerstdecoraties

Slide 23 - Quiz

Slide 24 - Video

Olaf est ....
A
un renne
B
un sapin
C
un bonhomme de neige
D
une carotte

Slide 25 - Quiz

Est-ce que tout le monde fête Noël?
Niet iedereen viert Kerstmis, voor verschillende redenen. 
Daar leer je meer over in de volgende videoclip uit de website "1jour1actu" (waar Franse kinderen vragen kunnen stellen en uitleg krijgen over allerlei elementen van de samenleving).

Slide 26 - Slide

5

Slide 27 - Video

In Frankrijk eet men met kerst een 'bûche de Noël' als dessert. Wat is dat?
A
B
C
D

Slide 28 - Quiz

00:36
wat wordt NIET gezegd over het vieren van Kerst?
A
Kerst wordt niet gevierd voor religieuze of culturele redenen.
B
Landen onder de evenaar vieren Kerst in de zomer.
C
Het is één van de meest gevierde feesten op de planeet.
D
Mensen die niet christelijk of niet gelovig zijn kunnen zich niet herkennen in de kerstviering.

Slide 29 - Quiz

00:44
De meerderheid die Kerst viert vindt het vooral leuk om...
A
op vakantie te gaan.
B
cadeau's te ontvangen.
C
een bijzondere maaltijd te eten.
D
een familie reünie te hebben.

Slide 30 - Quiz

00:57
Om welke reden willen sommigen juist niet Kerst vieren?

Slide 31 - Open question

01:06
Welk land viert sinds kort nu Kerst ook al hoort dit niet bij de cultuur?

Slide 32 - Open question

01:25
Wat wordt hier bedoeld met deze drie voorbeelden?
A
Dat ieder land het feest eigen maakt.
B
Dat Kerst steeds meer Amerikaans wordt.
C
Dat kerstversieringen steeds meer huisgemaakt zijn.

Slide 33 - Quiz


Comment dire 'fijne kerst' en français?
A
Joyeux Noël Joyeux Noël
B
Meilleurs voeux
C
Bonne Année
D
Bonnes fêtes

Slide 34 - Quiz

Slide 35 - Video

faites une carte de noël
  • je schrijft een kerstkaart aan je Franse vriend(in)
  • maak een leuke creatieve voorkant
  • schrijf een leuke kerstboodschap aan de binnenkant (je mag google translate gebruiken)
  • de leukste/mooiste kaart wint een prijs ( 1e, 2e en 3e plaats!)
  • Je levert de kaart in als de timer afloopt
  • bon plaisir!
timer
35:00

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Slide

Au travail! choisis:
Préparation Chapitre 2: ik kan bepalen wat ik nodig heb om mij goed voor te bereiden op proef 2

1. Exercices 7 t/m 12 p. 137 t/m 142
2. Maken oefenproef Peppels
Lire: Alice la liste

Chapitre 1
Chapitre 2
Chapitre 3

Vocabulaire:

Vocabulaire  p. 86/87
Phrases- clés C & G p. 88
 

Slide 38 - Slide

Check- out - geef antwoord op de volgende vragen

1. Welke Franse kerstwoorden heb je vandaag geleerd?
2. Welk cijfer denk je te gaan halen voor proef 2?

Slide 39 - Slide

Proef 2 
maandag 13 januari (proefwerkweek)
- Vocabulaire p. 86 & 87 Frans - Nederlands & Nederlands - Frans 
- Phrases- clés p. 88 Frans - Nederlands & Nederlands – Frans
- Gemaakte opdrachten chapitre
- Grammaire
1. verleden tijd (imparfait) herkennen p. 58
2. à en de + een bepaald lidwoord p. 68, 69, 86
3. werkwoorden op -ir présent en passé composé p. 82, 83, 89
- Leestekst







Slide 40 - Slide