This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.
Lesson duration is: 30 min
Items in this lesson
Bonjour les jeunes!
- Chewing gum à la poubelle - Enlève ta veste - Prends ton livre et ton cahier - On commence dans 2 minutes
MERCI!
timer
2:00
Slide 1 - Slide
Les objectifs
Aan het eind van deze week .....
1) Kan ik eenvoudige jeugdliteratuur lezen
2) Kan ik bepalen wat ik nodig heb om mij goed voor te bereiden op proef 2
3) Ken ik Franse woorden die te maken hebben met kerstmis
Slide 2 - Slide
Check- in
Maak met je groepje een mindmap van chapitre 2 & 3
Wat weten jullie al van Alice en haar liste?
Slide 3 - Slide
Uitleg bewijs 2 leesdossier
Dit bewijs bestaat uit 2 leesonderdelen
1. leesboekje 'Alice la liste' - opdrachten over het leesboekje tijdens de les in week 6
2. leesteksten met opdrachten naar keuze - dit dossier lever je in (starten na de kerstvakantie)
week 6 week van 3 februari
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
In deze LessonUp ontdenk je de woordenschat rondom de feestdagen in Frankrijk.
Wie heeft straks de meeste goede antwoorden?
Slide 6 - Slide
In welk seizoen vieren we kerst?
A
en été
B
au printemps
C
en hiver
D
en automne
Slide 7 - Quiz
Op welke dag is het Noël in Frankrijk?
A
le vingt-quatre décembre
B
le vingt-six décembre
C
le vingt-cinq décembre
D
le vingt-trois décembre
Slide 8 - Quiz
Welke elementen horen bij ieder gelegenheid?
Noël
feu d'artifice
gâteau
bon anniversaire!
sapin
souffler les bougies
rudolphe
le renne
bonne année
boules & guirlandes,
champagne
date de
naissance
Slide 9 - Drag question
Koppel de woorden aan de plaatjes
chanter
le sapin de Noël
faire la fête
les cadeaux
la carte de voeux
les feux d'artifice
Slide 10 - Drag question
Welke Franse woorden kun je maken met deze letters?
SPIAN ED LNEO
Slide 11 - Open question
CDAUAEX
Welk woord kun je met deze letters maken ?
Slide 12 - Open question
Wat heeft deze kerstboom NIET voor décorations?
A
des bougies
B
des étoiles
C
des feuilles
D
des guirlandes
Slide 13 - Quiz
Strasbourg est la capitale française de Noël.
Cette ville organise un immense marché de Noël, un des plus grands en Europe!
Slide 14 - Slide
Regarde la vidéo et réponds aux questions
Slide 15 - Slide
Slide 16 - Video
00:31
Wat is het meest bijzonder in "Strasbourg"?
A
er hangen veel decoraties op winkels en huizen.
B
iedereen draagt een Kerst kledingitem.
C
In het centrum staat er een Kerstkoor te zingen.
D
Er is een lange wachtrij om de Kerstman te ontmoeten.
Slide 17 - Quiz
01:21
Wat zijn "bredele"?
A
kleine Kerstkoekjes
B
typische Kerstkleren in de Elzas.
C
Kerstmarktstallen
D
kleine huisjes
Slide 18 - Quiz
01:39
Wat is NIET verkocht op de Kerstmarkt?
A
knuffeldieren
B
bretzels
C
Kerstman costuum
D
Kerstdecoraties
Slide 19 - Quiz
Slide 20 - Video
Olaf est ....
A
un renne
B
un sapin
C
un bonhomme de neige
D
une carotte
Slide 21 - Quiz
Est-ce que tout le monde fête Noël?
Niet iedereen viert Kerstmis, voor verschillende redenen.
Daar leer je meer over in de volgende videoclip uit de website "1jour1actu" (waar Franse kinderen vragen kunnen stellen en uitleg krijgen over allerlei elementen van de samenleving).
Slide 22 - Slide
Slide 23 - Video
In Frankrijk eet men met kerst een 'bûche de Noël' als dessert. Wat is dat?
A
B
C
D
Slide 24 - Quiz
00:36
wat wordt NIET gezegd over het vieren van Kerst?
A
Kerst wordt niet gevierd voor religieuze of culturele redenen.
B
Landen onder de evenaar vieren Kerst in de zomer.
C
Het is één van de meest gevierde feesten op de planeet.
D
Mensen die niet christelijk of niet gelovig zijn kunnen zich niet herkennen in de kerstviering.
Slide 25 - Quiz
00:44
De meerderheid die Kerst viert vindt het vooral leuk om...
A
op vakantie te gaan.
B
cadeau's te ontvangen.
C
een bijzondere maaltijd te eten.
D
een familie reünie te hebben.
Slide 26 - Quiz
00:57
Om welke reden willen sommigen juist niet Kerst vieren?
Slide 27 - Open question
01:06
Welk land viert sinds kort nu Kerst ook al hoort dit niet bij de cultuur?
Slide 28 - Open question
01:25
Wat wordt hier bedoeld met deze drie voorbeelden?
A
Dat ieder land het feest eigen maakt.
B
Dat Kerst steeds meer Amerikaans wordt.
C
Dat kerstversieringen steeds meer huisgemaakt zijn.
Slide 29 - Quiz
Comment dire 'fijne kerst' en français?
A
Joyeux Noël
Joyeux Noël
B
Meilleurs voeux
C
Bonne Année
D
Bonnes fêtes
Slide 30 - Quiz
Slide 31 - Video
faites une carte de noël
je schrijft een kerstkaart aan je Franse vriend(in)
maak een leuke creatieve voorkant
schrijf een leuke kerstboodschap aan de binnenkant (je mag google translate gebruiken)
de leukste/mooiste kaart wint een prijs ( 1e, 2e en 3e plaats!)
Je levert de kaart in als de timer afloopt
bon plaisir!
timer
35:00
Slide 32 - Slide
Slide 33 - Slide
Au travail! choisis:
Préparation Chapitre 2: ik kan bepalen wat ik nodig heb om mij goed voor te bereiden op proef 2
1. Exercices 7 t/m 12 p. 137 t/m 142
2. Maken oefenproef Peppels
Lire: Alice la liste
Chapitre 1
Chapitre 2
Chapitre 3
Vocabulaire:
Vocabulaire p. 86/87
Phrases- clés C & G p. 88
Slide 34 - Slide
Check- out - geef antwoord op de volgende vragen
1. Welke Franse kerstwoorden heb je vandaag geleerd?
2. Welk cijfer denk je te gaan halen voor proef 2?