This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
De loefzijde is.....
A
Droog
B
Nat
Slide 2 - Quiz
Wat is een kenmerk van het zeeklimaat?
A
Het is er het hele jaar heel droog.
B
Het is er vaak heel koud.
C
Het regent er het hele jaar door.
D
Dit zijn allemaal geen juiste kenmerken.
Slide 3 - Quiz
Wat is een kenmerk van een landklimaat?
A
Grote temperatuursverschillen tussen zomer en winter
B
Zachte winters en koele zomers
C
Gelijkmatige spreiding van neerslag gedurende het jaar
D
Grote hoeveelheden neerslag het hele jaar door
Slide 4 - Quiz
Aan de loefzijde is ?
A
Stijgingsregen
B
Stuwingsregen
Slide 5 - Quiz
Wat gaan we vandaag leren?
Hoe zorgt een groot land als de VS ervoor dat er voldoende voedsel is voor alle inwoners? Hoeveel voedsel verbouwt en produceert het land zelf? En hoeveel producten importeren of exporteren de VS?
Leerdoel: Hoeveel dragen de landbouw en de voedselindustrie bij aan de economie van de VS?
Slide 6 - Slide
Landbouw in de VS
De VS is het land dat de meeste landbouw producten exporteert aan andere landen.
Hierna komt Nederland.
Slide 7 - Slide
Welke onbewerkte producten importeert de VS het meest en waarom?
Slide 8 - Slide
BNP
Het geld dat alle inwoners van een land samen in een jaar verdienen.
Slide 9 - Slide
Primaire, secundaire, tertiaire sector
Primaire sector: Sector die bestaat uit bedrijven die grondstoffen uit de natuur halen.
Secundaire sector: Sector die bestaat uit bedrijven die grondstoffen uit de primaire sector bewerken.
Tertiaire sector: Bedrijven die diensten verlenen (dienstensector).
Slide 10 - Slide
Wat is export?
A
Uitvoer
B
Invoer
Slide 11 - Quiz
Import is de uitvoer van goederen.
A
goed
B
fout
Slide 12 - Quiz
Uitvoer = export
A
goed
B
fout
Slide 13 - Quiz
Onder welke sector valt de voedselverwerkende industrie?
A
primair
B
secundair
C
tertiair
D
quartair
Slide 14 - Quiz
Primaire sector
Secundaire sector
Tertiaire sector
Slide 15 - Drag question
Succescriteria
Wat moet je kennen en kunnen?
Je kunt uitleggen waarom de VS voedselproducten importeren.
Je kunt de bijdrage beschrijven van de voedselproductie (primaire sector, secundaire sector en tertiaire sector) aan het bnp en aan het totale aantal banen in de VS.
Slide 16 - Slide
Aan de slag:
Wat?
§2.2 Opdrachten: 1 t/m 3
Hoe?
Eerste 10 minuten zelfstandig en in stilte.
Hierna mag je samenwerken en overleggen
Waar?
Learnbeat (via magister -> leermiddelen)
Hulp?
- Theorie ( = bovenin links)
- Atlas
- Docent
Klaar?
Leren begrippen 2.2 Antwoorden nakijken van paragraaf 2.1
Niet af?
Huiswerk voor volgende les
Oefenen met de leerstof
timer
10:00
Slide 17 - Slide
Wat is export?
A
Als producten een land binnenkomen
B
Omkoping
C
Het verkopen van producten binnen een land
D
Levering van producten en diensten aan een ander land.
Slide 18 - Quiz
Wat is de voedselverwerkende industrie?
A
Bedrijven die voedsel verkopen
B
Bedrijven die van landbouwproducten voedsel maken
C
Bedrijven die van voedsel eten maken .....
D
Bedrijven die voedsel inkopen
Slide 19 - Quiz
Mensen die in de voedselverwerkende industrie werken, werken in de secundaire sector.