A1 Les 7 nieuw

Nabespreken: tussentoets
Herhaling: een voorstel doen
Hoofdstuk 5: Vragen bij de dialoog
Oefenen met prijzen
Uitspraak: E - EE
Grammatica en spelling: adjectief
Grammatica: imperatief
Spreken: iets kopen op de markt
Welkom bij les 7
A1 cursus
1 / 26
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Nabespreken: tussentoets
Herhaling: een voorstel doen
Hoofdstuk 5: Vragen bij de dialoog
Oefenen met prijzen
Uitspraak: E - EE
Grammatica en spelling: adjectief
Grammatica: imperatief
Spreken: iets kopen op de markt
Welkom bij les 7
A1 cursus

Slide 1 - Slide

Mening geven - specifiek - verwijswoorden

Hoe vind je de soep?              Ik vind hem lekker.
                                                          de-woorden  > hem
Wat vind je van het boek?    Ik vind het heel leuk.
                                                          het-woorden > het
Hou je van deze films?          Ja, ik vind ze fantastisch!
                                                          pluralis > ze                

Pluralis substantieven (studiewijzer p.34)
1 straat - straten
2 man - mannen
3 les – lessen
4 muur – muren
5 haar - haren
6 cursus - cursussen
7 adres - adressen
8 minuut  - minuten
9 gezin – gezinnen

10 afspraak - afspraken
11 persoon – personen
12 hoofdstuk- hoofdstukken
13 tekst - teksten
14 boek - boeken
15 plaats - plaatsen
16 foto – foto's
17 familie - families

18 pauze - pauzes
19 seizoen - seizoenen
20 agenda - agenda's
21 buitenlander -buitenlanders
22 gerecht - gerechten
23 opdracht - opdrachten
24 docent - docenten
25 land - landen


Slide 2 - Slide

Woordweb
Op de markt

Slide 3 - Mind map

Mening geven - specifiek - verwijswoorden

Hoe vind je de soep?              Ik vind hem lekker.
                                                          de-woorden  > hem
Wat vind je van het boek?    Ik vind het heel leuk.
                                                          het-woorden > het
Hou je van deze films?          Ja, ik vind ze fantastisch!
                                                          pluralis > ze                

Uitspraak van prijzen
€ 35,50​
€ 4,85​
€ 189​
€ 7,60​

€ 67​
€2300​
€0,30
€9,99

Slide 4 - Slide


Hetzelfde of verschillend?
A
Hetzelfde
B
Verschillend

Slide 5 - Quiz


Hetzelfde of verschillend?
A
Hetzelfde
B
Verschillend

Slide 6 - Quiz


Hetzelfde of verschillend?
A
Hetzelfde
B
Verschillend

Slide 7 - Quiz


Hetzelfde of verschillend?
A
Hetzelfde
B
Verschillend

Slide 8 - Quiz


Hetzelfde of verschillend?
A
Hetzelfde
B
Verschillend

Slide 9 - Quiz

Mening geven - specifiek - verwijswoorden

Hoe vind je de soep?              Ik vind hem lekker.
                                                          de-woorden  > hem
Wat vind je van het boek?    Ik vind het heel leuk.
                                                          het-woorden > het
Hou je van deze films?          Ja, ik vind ze fantastisch!
                                                          pluralis > ze                

e     ee
les
lees

Slide 10 - Slide


e of ee?
A
B

Slide 11 - Quiz


e of ee?
A
B

Slide 12 - Quiz


e of ee?
A
B

Slide 13 - Quiz


e of ee?
A
B

Slide 14 - Quiz


e of ee?
A
B

Slide 15 - Quiz


e of ee?
A
B

Slide 16 - Quiz


e of ee?
A
B

Slide 17 - Quiz


e of ee?
A
B

Slide 18 - Quiz


e of ee?
A
B

Slide 19 - Quiz


e of ee?
A
B

Slide 20 - Quiz

Mening geven - specifiek - verwijswoorden

Hoe vind je de soep?              Ik vind hem lekker.
                                                          de-woorden  > hem
Wat vind je van het boek?    Ik vind het heel leuk.
                                                          het-woorden > het
Hou je van deze films?          Ja, ik vind ze fantastisch!
                                                          pluralis > ze                

Video: uitspraak van e en ee

                     Kijk naar de video en doe na!

 

Slide 21 - Slide

Mening geven - specifiek - verwijswoorden

Hoe vind je de soep?              Ik vind hem lekker.
                                                          de-woorden  > hem
Wat vind je van het boek?    Ik vind het heel leuk.
                                                          het-woorden > het
Hou je van deze films?          Ja, ik vind ze fantastisch!
                                                          pluralis > ze                

Spelling adjectieven
Dus: bij de-woorden altijd een adjectief-e.
Alleen indefiniete het-woorden krijgen geen adjectief-e.

Slide 22 - Slide

Mening geven - specifiek - verwijswoorden

Hoe vind je de soep?              Ik vind hem lekker.
                                                          de-woorden  > hem
Wat vind je van het boek?    Ik vind het heel leuk.
                                                          het-woorden > het
Hou je van deze films?          Ja, ik vind ze fantastisch!
                                                          pluralis > ze                

Spelling adjectieven

Slide 23 - Slide

Mening geven - specifiek - verwijswoorden

Hoe vind je de soep?              Ik vind hem lekker.
                                                          de-woorden  > hem
Wat vind je van het boek?    Ik vind het heel leuk.
                                                          het-woorden > het
Hou je van deze films?          Ja, ik vind ze fantastisch!
                                                          pluralis > ze                

Imperatief: een bevel, instructie of opdracht
Doe het raam open.​   (ik-vorm)
Pak je boek.                  (ik-vorm)
Gaat u zitten.                (beleefd: stam + t en u)

Hoe maken we de imperatief vriendelijker?
Zet het raam even open.​
Pak je boek maar.
Gaat u maar even zitten.

Slide 24 - Slide

Mening geven - specifiek - verwijswoorden

Hoe vind je de soep?              Ik vind hem lekker.
                                                          de-woorden  > hem
Wat vind je van het boek?    Ik vind het heel leuk.
                                                          het-woorden > het
Hou je van deze films?          Ja, ik vind ze fantastisch!
                                                          pluralis > ze                

Spreekopdracht ‘Op de markt’
Cursist A is de winkelier, cursist B de klant.
- Begroet elkaar.
- Cursist A begint: Kan ik u helpen?
- Cursist B: noem het eerste product op je lijstje en stel je vraag.
- Cursist A: reageer (vergeet niet: ‘Anders nog iets?’).
- Cursist B: noem het tweede product op je lijstje.
- Cursist A: reageer.
- Cursist B: je wilt niets meer kopen, zeg dat.
- Cursist A: noem de prijs.
- Cursist B: betaal en neem afscheid.
- Cursist A: neem afscheid.

Slide 25 - Slide

Mening geven - specifiek - verwijswoorden

Hoe vind je de soep?              Ik vind hem lekker.
                                                          de-woorden  > hem
Wat vind je van het boek?    Ik vind het heel leuk.
                                                          het-woorden > het
Hou je van deze films?          Ja, ik vind ze fantastisch!
                                                          pluralis > ze                

Terugblik
Wat heb je geleerd?
Wat ga je oefenen?
Wat vond je interessant?
Wat vond je moeilijk?
Wat vond je nuttig?


Slide 26 - Slide