W11 H2

¿Qué vamos a hacer hoy?
Semana 11 clase 1
  • Bienvenida - 5 min
  • Repaso - 5 min
  • D. Tener -  10 min
  • F. Escuchar - 35 min
  • Evaluación - 2 min

Doel: Aan het eind van deze les:
  • ken ik het werkwoord tener
  • kan ik zeggen wanneer mijn verjaardag is
  • kan ik naar een gesprek luisteren
1 / 42
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 42 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

¿Qué vamos a hacer hoy?
Semana 11 clase 1
  • Bienvenida - 5 min
  • Repaso - 5 min
  • D. Tener -  10 min
  • F. Escuchar - 35 min
  • Evaluación - 2 min

Doel: Aan het eind van deze les:
  • ken ik het werkwoord tener
  • kan ik zeggen wanneer mijn verjaardag is
  • kan ik naar een gesprek luisteren

Slide 1 - Slide

¿Cómo estás? Hoe gaat het?
¿Cómo?
=
Hoe?

Slide 2 - Slide

¡Bienvenidos a la clase de Español!
Hoy es _______, ____________ de__________

Slide 3 - Slide

P3/P4
Week 13: luistervaardigheid
Week 13 t/m16: PO +Mondeling
Week 25/26: Methode toets + Schrijfvaardigheid                             = twee keer per week les

Slide 4 - Slide

Wifi
Vanaf woensdag 12 maart kunnen leerlingen verbinden met het nieuwe wifi-netwerk IRIS-Leerling. Het wachtwoord hiervoor is: &IRIS-Leerling&
 Na het invoeren van het wachtwoord hebben zij direct toegang tot internet.

Slide 5 - Slide

RepasoHerhaling
.

Slide 6 - Slide

Bij het uiterlijk beschrijven gebruik je altijd één van de volgende werkwoorden:
A
Ser, Tener, Llevar
B
Estar, Tener, Llevar
C
Ser, Tener, Estar
D
Estar, Llevar, Ser

Slide 7 - Quiz

LLEVAR
SER
TENER
Dingen die veranderen
Bezit
Leeftijd
Afkomst
Lichaamsdelen
Gewicht
Beroep

Slide 8 - Drag question

ser - tener of llevar?
Ana _______ el pelo rubio
A
tiene
B
es
C
lleva

Slide 9 - Quiz

ser - tener - llevar?
Pedro y Marco _______ gafas
A
tienen
B
son
C
llevan
D
tiene

Slide 10 - Quiz

ser - tener - llevar?
Mi amigo _______ guapo
A
tiene
B
es
C
lleva
D
soy

Slide 11 - Quiz

Portátiles cerrados

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

BRON D - TENER TB pág 29

Slide 14 - Slide

Het werkwoor "Tener" 
Tener = hebben                                                      Edad = Leeftijd

Yo
Él/ella/usted
Nosotros
Vosotros
Ellos/ellas/ustedes
Tengo
Tienes
Tiene
Tenemos
Tenéis
Tienen
Uit je hoofd leren

Slide 15 - Slide

Tener
Tener = hebben

Yo
Él/ella/usted
Nosotros
Vosotros
Ellos/ellas/ustedes
Tengo
Tienes
Tiene
Tenemos
Tenéis
Tienen
1. Yo (tener) _______ 14 años.
2. Ana (tener) ______ el pelo rubio.
3.Juan (tener) _______ muchos amigos.
4. Ana y Esther (tener) _________ dos perros

klaar? 
Maak: WB pág 68 + 69 ej 9, 10 + 11
Extra linkje:  Linkje
De maanden: Linkje, linkje

timer
10:00
timer
1:00

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

¡Escuchar!

Slide 18 - Slide

Feliz cumpleaños 
Bron F Tb pág 30
               WB pág 72 + 73

Doelen:
  • je luistert naar een gesprek
  • je kent de maanden van het jaar
  • je kan zeggen wanneer je jarig bent in het Spaans

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Klaar?
Maanden: Link
video: Link

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

- ¿Cuántos años tienes?
- Tengo trece años.

- ¿Cuándo es tu cumpleaños?
- Mi cumpleaños es el treinta    de enero.
El cumpleaños 
- het verjaardag

Feliz cumpleaños
-fijne verjaardag

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Video

Exit ticket
Wat ging goed en minder goed?

Welke vormen van ''Tener'' zijn regelmatig?

Hoe vraag je aan iemand anders wanneer hij/zij jarig is?

Slide 25 - Slide

¿Qué vamos a hacer hoy?
Semana 11 clase 2
  • Quizlet - 5 min
  • Repaso - 15 min
  • Escuchar - 15 min
  • H. La casa - 20 min
  • Evaluatie - 2 min

Doel: Aan het eind van deze les:
  • kan je twee gesprekken luisteren
  • ken je meer woordjes van Cap 3
  • Kan je een tekst lezen over het huis en nieuwe woordjes van leren

Slide 26 - Slide

QUIZLET 
Oefen de voca via quizlet
H3: Link
Geen verbinding
Alle wifi vergeten en dan opnieuw verbinden 

Geen Laptop/baterij
Je schrijft de woordjes over in je schrift
wb pág 85+ 86



timer
8:00

Slide 27 - Slide

RepasoHerhaling
.

Slide 28 - Slide

1. Waarvoor gebruiken we het werkwoord tener
2. Geef een voorbeeld

Slide 29 - Slide

- ?
- Tengo trece años.

- ?
- Mi cumpleaños es el treinta    de enero.
?
- het verjaardag

?
-fijne verjaardag

Slide 30 - Slide

- ¿Cuántos años tienes?
- Tengo trece años.

- ¿Cuándo es tu cumpleaños?
- Mi cumpleaños es el treinta    de enero.
El cumpleaños 
- het verjaardag

Feliz cumpleaños
-fijne verjaardag

Slide 31 - Slide

Nakijken
Nakijken Opdracht 2


Slide 32 - Slide

Opdracht 1: ¿Cuándo es tú cumpleaños?
Mi cumpleaños es el _______,  de__________

Klaar? Maak je opdracht 2 
Extra oefening: Link

Slide 33 - Slide

Opdrachten
Optie 1.  oefenen met opdracht 3, luistervaardigheid + Cultuur = oortjes nodig. Link video

Optie 2. Je maakt opdrachten op papier en oefen met woordenschat
timer
6:00

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Video

¡Escuchar!

Slide 36 - Slide

El cumpleaños Link
Doel: oefenen met luistervaardigheid

Diálogo 1

1. Wanneer is Pablo jarig?
2. Hoe oud is hij vandaag en wordt morgen?
3. Hoe oud is de andere meneer?


Klaar? Neem frases clave E in je tekstboek
Oortjes, kan je nog oefenen met de andere fragmenten Link


Diálogo 2

1. Hoelang woont Patrick in Madrid?
2. Hoe oud wordt Patrick?
3. Met wie gaat hij zijn verjaardag vieren?
4. waar gaan ze eerst zijn verjaardag vieren?
5. Wat voor cadeau (regalo) kreeg Patrick?

Slide 37 - Slide

Bron H - 'Aquí está mi casa' Tb pg 31

Slide 38 - Slide

¿Qué significa..?

el salón = 
el comedor = 
la cocina =
el despacho = 
Tb pág 31
Maak ej 22+ 23
Wb pág 75+ 76

Slide 39 - Slide

Leer
TB pág 31
samen lezen

Maak ej 22+ 23
Wb pág 75+ 76

Klaar of extra uitdaging? 
timer
20:00

Slide 40 - Slide

Slide 41 - Slide

Exit ticket
Wat ging goed en minder goed?

Hoe ging de luisteropdrachten? Makkelijker, hetzelfde, moeilijker?

Noem eens twee kamers van het huis in het Spaans ?

Slide 42 - Slide