SAMENVATTING HORMOONSTELSEL

Hormoonstelsel
Lesdoel:
- Belangrijke punten van het hormoonstelsel bespreken.

- Nagaan of de lesstof begrepen is.
- Ruimte voor vragen.
1 / 17
next
Slide 1: Slide
anatomie en fysiologieMBOStudiejaar 2

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Hormoonstelsel
Lesdoel:
- Belangrijke punten van het hormoonstelsel bespreken.

- Nagaan of de lesstof begrepen is.
- Ruimte voor vragen.

Slide 1 - Slide

INHOUD VAN DE LES

  • Lesstof hormoonstelsel bestuderen. (samenvattingen + e-learning)

  • Hormoonstelsel herhalen

Slide 2 - Slide

HORMOONSTELSEL

Slide 3 - Mind map

HORMOONKLIEREN
> Hypofyse = hersenaanhangsel
> Schildklier
> Alvleesklier = Pancreas
> Bijnieren
> Geslachtsklieren 

Slide 4 - Slide

BOUW HYPOFYSE
> Voorkwab = adenohypofyse
> Achterkwab = neurohypofyse

Slide 5 - Slide

SCHILDKLIER
Maakt thyroxine = schildklierhormoon

Heeft onder andere invloed op de stofwisseling

Slide 6 - Slide

ALVLEESKLIER = PANCREAS
Maakt:

> Insuline 
> Glucagon

Slide 7 - Slide

WERKING INSULINE
Omzetting van glucose in glycogeen (voorraadstof).

Bloedsuikerspiegel wordt verlaagd.

Slide 8 - Slide

WERKING VAN GLUCAGON
Omzetting van glycogeen in glucose.

De bloedsuikerspiegel wordt verhoogd.

Indien nodig kan adrenaline ondersteunen.

Slide 9 - Slide

BOUW BIJNIEREN
Merggedeelte ->adrenaline

Schorsgedeelte -> corticoiden: 
> Geslachtscorticoïden (androgene en oestrogene).
> Glucocorticoïden (voorbeeld cortisol)

Slide 10 - Slide

GESLACHTSKLIEREN
> eierstokken = ovaria (oestrogeen en progesteron)

> zaadballen = testis (testosteron)

Slide 11 - Slide

Wat produceert de schildklier?
A
Insuline
B
Thyreotrope hormoon
C
Thyroxine

Slide 12 - Quiz

Welk hormoon zorgt ervoor dat het bloedsuikergehalte lager wordt?
A
Adrenaline
B
Glucagon
C
Insuline

Slide 13 - Quiz

Waar vindt de productie van progesteron plaats?
A
In de hypofyse.
B
In de ovaria.
C
In de uterus.

Slide 14 - Quiz

Welke hormonen steunen elkaars werking?
A
Adrenaline en glucagon
B
Adrenaline en insuline
C
Thyroxine en insuline

Slide 15 - Quiz

Waar worden de hormonen met een indirecte werking geproduceerd?
A
In de alvleesklier
B
In de bijnieren
C
In de hypofyse

Slide 16 - Quiz

Welke hormoonklier maakt insuline
A
De alvleesklier
B
De hypofyse
C
De schildklier

Slide 17 - Quiz