25 maart: start Spelling cursus 7

25 maart: start spelling cursus 7 § 1 herhaling leerjaar 1 
Mavo 2 periode 4 
week 12 1e les (25 maart)
Oefenblad spellingsoefeningen uitdelen!

1 / 15
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with text slides.

Items in this lesson

25 maart: start spelling cursus 7 § 1 herhaling leerjaar 1 
Mavo 2 periode 4 
week 12 1e les (25 maart)
Oefenblad spellingsoefeningen uitdelen!

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Welkom 
plattegrond:
timer
5:00

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Planning
Lezen: Wojtek blz. 42 - 48
Startopdracht: waar/niet waar
Herhaling 7.1 spelling leerjaar 1 
Inoefenen
~pauze~
Zelfstandig oefenen 
Afsluiting


timer
10:00

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

STARTOPDRACHT:  waar/niet waar 

  1. Aan het begin van elke regel moet je een hoofdletter schrijven.
  2. Elke zin eindigt met een punt, uitroepteken of vraagteken.
  3. Je mag twee uitroeptekens na elkaar gebruiken.
  4. De dagen van de week moet je met een hoofdletter schrijven.









5. De verlengproef mag je niet gebruiken bij de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd.
6. Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord eindigt meestal op -en.
7. Woorden in het meervoud eindigen altijd op -en.
8. Een verkleinwoord maak je meestal door -je achter het woord te zetten. 







Slide 4 - Slide

This item has no instructions

STARTOPDRACHT:  waar/niet waar 

  1. Aan het begin van elke regel moet je een hoofdletter schrijven. WAAR
  2. Elke zin eindigt met een punt, uitroepteken of vraagteken. W
  3. Je mag twee uitroeptekens na elkaar gebruiken. Niet waar
  4. De dagen van de week moet je met een hoofdletter schrijven.N









5. De verlengproef mag je niet gebruiken bij de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd. W
6. Een stoffelijk bijvoeglijk nw eindigt meestal op -en. W
7. Woorden in het meervoud eindigen altijd op -en. N
8. Een verkleinwoord maak je meestal door -je achter het woord te zetten. N







Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Doel 7.1 Spelling leerjaar 1



 Je weet hoe je goed schrijft: 
  • hoofdletters en leestekens, laatste letter t/d, bijvoeglijke naamwoorden, meervouden, verkleinwoorden 
SO spelling cursus 7: 
...na meivak?... !!!

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

7.1 Spelling leerjaar 1 


> Een zin kan uit meerdere regels bestaan. 
Een zin begint met een hoofdletter en eindigt met een leesteken: een punt, een vraagteken of een uitroepteken. 
Geen twee leestekens achter elkaar aan het eind van een zin. 

> Namen en woorden die van namen zijn afgeleid schrijf je met een hoofdletter
Let op: toevoegingen bij achternamen geen hoofdletter als er een naam voorstaat. Mark ter Velde. Gerda van der Bos. Wel: Familie Ter Velde. 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

7.1 Spelling leerjaar 1 


> Laatste letter -t of -d ? Langer maken: verlengproef. Eend -> eenden
                                                

> Bijvoeglijke naamwoorden: korte vorm, zonder -e: lekker
                                                              lange vorm, met -e: lekkere
                                                              f/v-regel: lief - lieve en s/v regel: grijs - grijze
Stoffelijk bijvoeglijk naamwoorden: meestal -en. Houten, glazen, zilveren
                                                                            (niet bij: plastic flessen,  nylon tas. 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

7.1 Spelling leerjaar 1 


> Meervoud eindigt op -en of -s. Vriend - vrienden. Fietser - fietsers. 
  •  f/v-regel: brief - brieven en s/v regel: gans - ganzen
  •  medeklinker verdubbeling: jas - jassen 
  •  klinker weghalen: muur - muren

> Verkleinwoord maak je door -je, -tje, -pje, -etje achter het woord te zetten. 
                                                      plankje, bekertje, wormpje, ringetje 
  • Bij sommige -ng woorden, moet je soms de -g vervangen door een -k: koning → koninkje; vergoeding → vergoedinkje.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Inoefenen 
Dictee: 
  1. Luister naar het woord. 
  2. Denk aan de regels. 
  3. Schrijf het woord goed op. 
  4. Lees het woord over. 
  5. Kijk het woord na. 


@docent: zie notities

Slide 10 - Slide

1. meneer Van Dalen
2. Gert de Groot
3. glad 
4. duizendvoud
5.  bn van langzaam: de ....... boot 
6. bn van glas: de ...... fles
7.  mv van fietsdief
8. mv van bezem
9. verkleinwoord van bodem
10. verkleinwoord van lieveling

Kijk na en verbeter 
1. meneer Van Dalen
2. Gert de Groot
3. glad
4. duizendvoud
5. de langzame boot
6.de glazen fles
7. mv van fietsdief: fietsdieven
8. mv van bezem: bezems
9. verkleinwoord van bodem: bodempje
10. verkleinwoord van lieveling: lievelingetje



@docent: zie notities

Slide 11 - Slide

1. meneer Van Dalen
2. Gert de Groot
3. glad 
4. duizendvoud
5.  bn van langzaam: de ....... boot 
6. bn van glas: de ...... fles
7.  mv van fietsdief
8. mv van bezem
9. verkleinwoord van bodem
10. verkleinwoord van lieveling

timer
5:00

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Aan het werk
Maak de spellingsoefeningen herhaling leerjaar 1 >>
(= huiswerk voor morgen)
timer
15:00

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Afsluiting
Check de doelen bij jezelf: 
  1. Je weet hoe je de onderdelen hoofdletters, leestekens, laatste letter t/d, bijvoeglijke naamwoorden, meervouden en verkleinwoorden goed moet schrijven. 
timer
5:00

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Volgende les 25 maart: 
7.2 en 7.3 spelling leestekens

 Huiswerk 25 maart: 
Maak je spellingsoefeningen af. 
 Agenda: 
10 april: SO spelling

Slide 15 - Slide

This item has no instructions