PTA periode 2

Voorbereiden PTA H6
1 / 18
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Voorbereiden PTA H6

Slide 1 - Slide

Wat is een ontwikkelingsland?

Slide 2 - Open question

Hoe kun je welvaart tussen twee landen vergelijken
A
Door de hoogste inkomens per land te vergelijken
B
Door de laagste inkomens per land te vergelijken
C
Door het inkomen per hoofd te vergelijken
D
Door het nationaal inkomen te vergelijken

Slide 3 - Quiz

Het nationaal inkomen van Malawi is 13,8 miljard. Malawi heeft 17,3 miljoen inwoners. Wat is het inkomen per hoofd van de bevolking
A
1000
B
797,69
C
800
D
790

Slide 4 - Quiz

Wat is geen kenmerk van een ontwikkelingsland
A
snelle bevolkingsgroei
B
gebrek aan schoondrinkwater
C
goede infrastructuur
D
slechte scholing

Slide 5 - Quiz

Hoge werkloosheid is een kenmerk van een ontwikkelingsland
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quiz

Hoge levensverwachting is een kenmerk van een ontwikkelingsland
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quiz

Vul het juiste woord in de onderstaande zin

Door scholing krijgen mensen MEER / MINDER technische kennis
A
Meer
B
Minder

Slide 8 - Quiz

Vul het juiste woord in de onderstaande zin

Technische kennis is nodig om de arbeidsproductiviteit te laten DALEN / STIJGEN
A
Dalen
B
Stijgen

Slide 9 - Quiz

De prijs van 100 kg rijst was in 2016 gemiddeld € 35. In het jaar 2017 was de prijs van 100 kg rijst nog maar € 28. Bereken hoeveel procent de prijs van 100 kilo rijst in 2017 is gedaald ten opzichte van 2016 .
A
20%
B
10%
C
15,6%
D
8,9%

Slide 10 - Quiz

Door protectiemaatregelen van rijke landen is het voor de ontwikkelingslanden soms moeilijk om hun producten te verkopen.

Met welke maatregel kunnen rijke landen ervoor zorgen dat ontwikkelingslanden hun producten beter kunnen verkopen?
A
Contingentering afschaffen
B
Hogere invoerrechten heffen op producten uit ontwikkelingslanden.
C
Meer exportsubsidie geven aan producenten in rijke landen.

Slide 11 - Quiz

Wat voor soort hulp is dit: Unicef besteed ieder jaar geld aan het opbouwen van scholen in Ghana.


A
Conjuncturele hulp
B
Noodhulp
C
Structurele hulp

Slide 12 - Quiz

Hieronder staan een aantal uitspraken. Geef aan of de uitspraak juist of onjuist is door elke uitspraak naar juist of onjuist te slepen.
  

Juist
Onjuist
In een ontwikkelingsland is het inkomen per hoofd van de bevolking laag.
In een ontwikkelingsland is de werkloosheid laag.
Ontwikkelingslanden hebben een snelle bevolkingsgroei.

Slide 13 - Drag question

Artsen zonder Grenzen is een organisatie die hulp geeft waar hulp het hardst nodig is: in oorlogs- en conflictsituaties, op die plekken waar mensenlevens worden bedreigd door ondervoeding, epidemieën of een natuurramp.
Hoe heet de hulp die Artsen zonder Grenzen verleent?
A
gebonden hulp
B
noodhulp
C
structurele hulp

Slide 14 - Quiz

Nala heeft een lening afgesloten van 30 euro, Ze betaalt wekelijks 50 eurocent terug + 10 eurocent aan rente. Hoelang duurt het voordat Nala de lening heeft afbetaald.
A
50 weken
B
60 weken

Slide 15 - Quiz

Fairtrade is een vorm van ontwikkelingssamenwerking. Dit is .... hulp
A
Structurele hulp
B
Noodhulp

Slide 16 - Quiz

Aber sluit een microkrediet af. Ze leent €60. Ze lost €1,25 per week af en betaalt €0,20 rente. Kredietkosten? Alleen het antwoord

Slide 17 - Open question

Aan de slag 
Samenvattingsopdracht classroom
herhaalopdrachten

Slide 18 - Slide