H4 rekenen

Ga zitten op je plek en pak je etui en schrift
timer
2:00
1 / 12
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 12 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Ga zitten op je plek en pak je etui en schrift
timer
2:00

Slide 1 - Slide

Ga zitten op je plek en pak je etui en schrift
timer
2:00

Slide 2 - Slide

Agenda
  • Welkom (5 min)
  • Rekenen 
  • Bezig met opdrachten
  • Afsluiting 
    (pas opruimen wanneer gezegd wordt dat dat mag!)

Slide 3 - Slide

Voor deze les 2 opties:

  • Meedoen met een herhalingsles over het rekenen

  • Zelfstandig voorbereiden op de toets

Slide 4 - Slide

Je berekent:
Het aantal geproduceerde producten/ diensten in een bepaalde tijd per medewerker


Er zijn bij een tuinbouwbedrijf 150 appelbomen. Iedere appelboom heeft gemiddeld 800 appels per jaar. De oogst is in dat jaar door 4 personen gedaan.



timer
1:30

Slide 5 - Slide

Je berekent:
Hoeveel waarde een kapitaalgoed van een bedrijf per jaar daalt


Er wordt een auto gekocht voor €22.500. Na 15 jaar gebruik te maken van deze auto, moet hij naar de sloop en krijgt het bedrijf nog €1.500 ervoor. Wat zijn de jaarlijkse afschrijvingskosten?



timer
1:30

Slide 6 - Slide

Je berekent:
De opbrengsten van een bedrijf


Een bedrijf verkoopt in een maand tijd 4.250 producten. Deze producten verkopen zij voor €4,50. Wat is de omzet?


timer
1:00

Slide 7 - Slide

Je berekent:
- De prijs die het kost om één product te maken
- De prijs waarvoor een product verkocht wordt


Van een bedrijf zijn de vaste kosten €12.600, de variabele kosten per product zijn €0,75. Het bedrijf heeft een afzet van 20.000 producten. Zij kunnen hun product met een goede winstmarge verkopen. Die winstmarge is namelijk 75% van de kostprijs.


timer
2:00

Slide 8 - Slide

Je berekent:
- De prijs inclusief btw dus btw erbij in
- De prijs exclusief btw dus btw niet erbij


  • Een schoolagenda met een btw percentage van 21% kost inclusief btw €18. Wat is de prijs exclusief btw?

  • Een pizza kost exclusief btw €9. Wat is de prijs inclusief btw?

1,09 of 1,21
timer
1:30

Slide 9 - Slide

Je berekent:
- Brutowinst: omzet - inkoopwaarde van de omzet
- Nettowinst: brutowinst - bedrijfskosten


Van een bedrijf blijkt het volgende:
  • De brutowinst is 60% van de omzet
  • De bedrijfskosten bestaan uit constante en variabele kosten
  • De constante kosten zijn €180.000
  • De variabele kosten zijn 12% van de omzet
  • De omzet bedraagt €540.000

 Bereken de nettowinst

timer
3:30

Slide 10 - Slide

Wat moet je nog doen voor de toets?

Slide 11 - Mind map

Afsluiting
Volgende les:
  • Toets hoofdstuk 4

Slide 12 - Slide