Ruimte in verhalen

Ruimte in verhalen
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Ruimte in verhalen

Slide 1 - Slide

Wat is de geografische ruimte in een verhaal?
A
De groep waarin een personage zich bevindt.
B
De plaats waar de gebeurtenissen zich afspelen.
C
De symbolische betekenis van een ruimte.
D
De stemming die de ruimte oproept.

Slide 2 - Quiz

Welke van de volgende opties kan géén geografische ruimte zijn?
A
Een kasteel.
B
Het verdriet van een personage.
C
Een drukke stad.
D
Een verlaten eiland.

Slide 3 - Quiz

Welke combinatie is correct?
A
Een kasteel – geografische ruimte
B
Een ziekenhuis als symbool voor hoop - sfeerscheppende ruimte
C
Een storm tijdens een ruzie –-sociale ruimte
D
Een warme zomeravond - sociale ruimte

Slide 4 - Quiz

Welke van deze uitspraken over de symbolische ruimte is juist?
A
Symbolische ruimte en sfeerscheppende ruimte betekenen hetzelfde.
B
Een symbolische ruimte heeft altijd een religieuze betekenis
C
De symbolische ruimte vertelt ons iets over de gevoelens of situatie van een personage
D
Symbolische ruimte gaat alleen over gebouwen.

Slide 5 - Quiz

De sociale ruimte van een personage wordt bepaald door:
A
Zijn stemming.
B
De plaats waar hij zich bevindt.
C
De manier waarop de ruimte wordt beschreven.
D
Zijn afkomst, beroep en sociale groep.

Slide 6 - Quiz

Welk voorbeeld past bij een symbolische ruimte?
A
Een drukke winkelstraat vol mensen.
B
Een donkere kelder die de angst van een personage weerspiegelt.
C
Een speeltuin waar kinderen lachen en spelen.
D
Een boerderij met veel dieren.

Slide 7 - Quiz

Welk van deze fragmenten bevat een duidelijke sfeerscheppende ruimte?
A
“De hoofdstad van Frankrijk is Parijs.”
B
“Tom werkte als dokter in het ziekenhuis.”
C
“Sarah speelde basketbal in haar vrije tijd.”
D
“De regen tikte zachtjes tegen het raam en de mist hing zwaar in de straat.”

Slide 8 - Quiz

Hoe kan een schrijver een sfeerscheppende ruimte creëren?
A
Door alleen de dialogen te gebruiken.
B
Door de locatie op een kaart te tonen.
C
Door de ruimte te beschrijven op een manier die emoties oproept.
D
Door het beroep van het personage te beschrijven.

Slide 9 - Quiz

Welke ruimte beschrijft hoe de sfeer van het verhaal wordt beïnvloed?
A
Sociale ruimte
B
Geografische ruimte
C
Symbolische ruimte
D
Sfeerscheppende ruimte

Slide 10 - Quiz

De geografische ruimte is altijd een echt bestaande plaats.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quiz

De sfeerscheppende ruimte kan de gevoelens van de lezer beïnvloeden.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 12 - Quiz

De sociale ruimte heeft te maken met de hobby’s en het beroep van een personage.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 13 - Quiz

De symbolische ruimte is altijd iets dat je letterlijk kunt zien.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quiz

Een donkere steeg waar een personage zich angstig voelt, kan zowel een sfeerscheppende als een symbolische ruimte zijn.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 15 - Quiz

Noem een voorbeeld van een geografische ruimte.

Slide 16 - Open question

Bedenk een fragment waarin een ruimte een symbolische betekenis heeft.

Slide 17 - Open question