Leestekens

VSO het Dok - Eindhoven
1 / 19
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

VSO het Dok - Eindhoven

Slide 1 - Slide

Leestekens

hallo allemaal welkom bij het onderdeel spelling hoofdletters en leestekens je leert wanneer je een hoofdletter moet plaatsen en wanneer je leestekens moet gebruiken zoals je ziet mist dit hele stuk hoofdletters en punten wat vind jij daarvan leest het makkelijk of leest het juist moeilijk leestekens en
hoofdletters zijn er voor om teksten makkelijker te kunnen lezen dus hoe het hier staat is natuurlijk helemaal fout maar hoe moet het dan wel wanneer plaats je een hoofdletter


Slide 2 - Slide

Hallo allemaal, welkom bij het onderdeel spelling, hoofdletters, en leestekens. Je leert wanneer je een hoofdletter moet plaatsen en wanneer je leestekens moet gebruiken. Zoals je ziet mist dit hele stuk hoofdletters en punten; wat vind jij daarvan? Leest het makkelijk, of leest het juist moeilijk?

 Leestekens en hoofdletters zijn er voor om teksten makkelijker te kunnen lezen dus hoe het hier staat is natuurlijk helemaal fout, maar hoe moet het dan wel? Wanneer plaats je een hoofdletter of gebruik je een komma?

Slide 3 - Slide

Verschillen in betekenis

- Katten, spinnen, ijsberen, vissen, gieren, vliegen, honden, vlooien


- Katten spinnen, ijsberen vissen, gieren vliegen en honden vlooien

Waardoor komt het verschil in betekenis?

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

KOMMA

- Maakt een zin overzichtelijker

- Staat op de plaats waar je bij hardop lezen even een rust neemt



Slide 6 - Slide

KOMMA 

- Tussen de delen van een opsomming


Ik hou van verschillende smaken ijs: chocolade, vanille, bosvruchten en cookie&caramel.



Slide 7 - Slide

KOMMA

- Tussen twee persoonsvormen


Als je fietsband lek is, moet je ervoor zorgen dat het gemaakt wordt.



Samengestelde zin
Van twee zinnen is één zin gemaakt. Een zin heeft dan twee persoonsvormen (dit leer je in leerjaar 2).

Slide 8 - Slide

Komma
 Na een naam, aanhef of uitroep aan het begin van de zin, schrijf je een komma.
  • Meneer Louwers, u bent aan de beurt.

Na een naam, aanhef of uitroep aan het einde van de zin, schrijf je een komma.
  • Let jij ook op, Roland?
  • We zijn te laat, helaas.

Slide 9 - Slide

Komma ,

  • Voor verbindingswoorden zoals maar, nadat, omdat, terwijl,  want
  • Voorbeelden: 
  • Ik heb honger, maar ik mag pas eten in de pauze.
  • Jij gaat niet naar school, omdat je ruzie hebt met een docent. 

Slide 10 - Slide

Komma
Voor 'en' en 'of' zet je meestal geen komma.

Ik hou van pasta, rijst en aardappelen.
Wil je thee of koffie?



Slide 11 - Slide

Een komma is een leesteken
A
Waar
B
Niet waar

Slide 12 - Quiz

Komma
Waar staat de komma op de goede plaats?
A
Ik ga naar de dierentuin met Jurre Joes en Mitch.
B
Doei papa, mama ,en lotje.
C
Met vriendelijke groet, Awa en Arthur
D
ik ga naar de stad omdat, ik nog iets moet halen

Slide 13 - Quiz

Voor want en omdat zet je een komma.
A
waar
B
niet waar

Slide 14 - Quiz

komma
A
Toen ze thuis kwam, zag ze dat de lamp al brandde.
B
Toen ze thuis kwam zag ze dat de lamp al brandde.

Slide 15 - Quiz

komma
A
Ik hou van chocolade, dropjes, spekjes en koekjes.
B
Ik hou van chocolade dropjes spekjes en koekjes.
C
Ik hou van chocolade , dropjes, spekjes, en koekjes.
D
Ik hou van chocolade , dropjes spekjes en koekjes.

Slide 16 - Quiz

Schrijf over. Zet hoofdletters en leestekens waar dat moet.

mieke heeft veel dieren kippen schapen en honden

Slide 17 - Open question

Schrijf over. Zet hoofdletters en leestekens waar dat moet.

ik blijf vandaag thuis omdat ik schoolziek ben

Slide 18 - Open question

Schrijf over. Zet hoofdletters en leestekens waar dat moet.
eva ging naar de supermarkt maar vergat haar boodschappenlijstje

Slide 19 - Open question