2KGT grammatica en spelling 4

2KGT grammatica en spelling 4
1 / 26
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 26 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 180 min

Items in this lesson

2KGT grammatica en spelling 4

Slide 1 - Slide

Programma
Welkom
Huiswerkcontrole
Terugblik vorige lessen
Spelling en grammatica 4 samenstellingen - koppelteken
Opdrachten samen maken
Zelfstandig werken
Werken aan fictiedossier/podcast
Afsluiting

Slide 2 - Slide

Huiswerkcontrole
Opdracht 5, 6, 7, 9 en 10


Slide 3 - Slide

Terugblik vorige lessen
Meervoudsvormen

Je weet hoe je zelfstandig naamwoorden op de juiste manier in het meervoud schrijft

Slide 4 - Slide

Terugblik vorige lessen
Bijvoeglijk naamwoord

Je kent de verschillende vormen van het bijvoeglijk naamwoord en kan deze op de juiste manier spellen.

Slide 5 - Slide

Terugblik vorige lessen
Samenstellingen
Je weet welke woorden een samenstelling worden en weet wanneer je een tussenletter bij de samenstellingen schrijft.

Slide 6 - Slide

Spelling en grammatica 4
Samenstellingen - koppelteken

Wanneer gebruik je een koppelteken in een samenstelling?

Slide 7 - Slide

Bij een klinkerbotsing
Wanneer klinkers botsen of samen een andere klank kunnen vormen, gebruik je een koppelteken

zee-eend
lente-ui
diploma-uitreiking

Slide 8 - Slide

Gelijkwaardige combinaties
Bij gelijkwaardige combinaties, zoals bij combinaties in titels of beroepen

kaas-uienbrood
chef-kok
rood-wit-blauw vlag
minister-president

Slide 9 - Slide

vaste woordgroep
Wanneer een aantal woorden samen één begrip vormen, zet je een koppelteken tussen deze woorden

huis-aan-huisblad
een-op-een
kant-en-klaarmaaltijd

Slide 10 - Slide

Aardrijkskundige namen
Bij aardrijkskundige namen en samenstellingen die daarvan zijn afgeleid

Noord-Brabant
Nieuw-Zeelander
Latijns-Amerika

Slide 11 - Slide

Afkortingen
Na afkortingen, letters en speciale tekens krijg je een koppelteken als deze een samenstelling vormen.

RKC-fan
65-plusser
10%-korting

Slide 12 - Slide

Afkortingen
Uitzondering hiervan zijn afkortingen die je als één woord uitspreekt in plaats van losse letters.

havoleerling
HBO-student

Slide 13 - Slide

voor- of achtervoegsels
Bij een voor-of achtervoegsel krijg je ook een koppelteken als de combinatie een samenstelling is.

ex-vrouw
drive-in
assistent-trainer

Slide 14 - Slide

Met een hoofdletter
Bij samenstellingen waarbij het volgende deel van het woord begint met een hoofdletter, schrijf je ook een koppelteken

oud-Hollands
pro-Frans

Slide 15 - Slide

Opdracht samen maken
1. Bekijk de onderstaande woorden. 

naapen/camerainstelling/miniemmer

a. Welke woorden worden hier samengenomen?
b. Wat maakt get lastig te lezen
c. Zet het koppelteken op de juiste plek

Slide 16 - Slide

Zelfstandig werken
Maak opdracht 2 t/m 9

Zelfstandig en in stilte
Hierna opdrachten samen nakijken

Klaar? 
Werken aan fictiedossier
Werken aan podcast

timer
20:00

Slide 17 - Slide

Nakijken
2 a Drie van de volgende gevallen:
Gebruik een koppelteken:
- als klinkers ‘botsen’ (wanneer de klinkers samen ook een andere klank kunnen vormen);
- bij gelijkwaardige combinaties, zoals bij combinaties van titels en beroepen;
- tussen alle woorden van een vaste woordgroep (wanneer die samen één begrip vormen);
- bij aardrijkskundige namen en samenstellingen die daarvan afgeleid zijn;
- na afkortingen, letters en speciale tekens.
b Je gebruikt geen koppelteken bij afkortingen als je de afkorting uitspreekt als één woord in plaats
van losse letters.

Slide 18 - Slide

Nakijken
3 a Dit woord zou je uitspreken als ‘skienstructeur’.
b Dit woord zou je uitspreken als ‘cafee-iegenaar’
 c Dit woord zou je uitspreken als ‘galaavond’.

Slide 19 - Slide

Nakijken
4 a havo-examen
b -
 c e-mailadressen
 d Frans-Guyana
 e -
 f non-actief
 g ov-chipkaartsaldo
 h antiaanbaklaag

Slide 20 - Slide

Nakijken
5 a bel-/sms-bundel
b EU-land
 c -
 d 5G-internet
 e -
 f -
 g -

Slide 21 - Slide

Nakijken
6 a video-opname
b algemeen directeur
 c radio-uitzending
 d Centraal-Afrika
 e gameontwikkelaar
 f ledverlichting
 g arts-onderzoeker
 h rodewijnglazen

Slide 22 - Slide

Nakijken
7 a astma-aanval
b tweepersoonsbed
 c openluchtzwembad
 d politie-uniform
 e veelgebruikte kleding
 f 3D-printen
 g Belgisch-Limburg
 h top-40-nummer

Slide 23 - Slide

Nakijken
8 ‘Nieuw-Zeeland’ schrijf je met een koppelteken omdat het een samenstelling van aardrijkskundige
namen is.

Slide 24 - Slide

Nakijken
9 a radioantenne
b ski-jas
 c zonne-energie
 d vitaminetekort
 e vanille-ijs
 f online aankopen
 g anti-Amerikaans
 h EHBO-diploma

Slide 25 - Slide

Afsluiting
Opdrachten niet af? Huiswerk voor maandag

Werk zelfstandig aan het fictiedossier
Nog niet iedereen heeft de recensie ingeleverd!
Elke volgende les te laat = puntenaftrek (nu dus max. 7)

Slide 26 - Slide