Kijk naar de volgende zinnen:
Alle inktpatronen die leeg waren, zijn in de chemobox gedaan.
Ze zijn alle vervangen door volle inktpatronen.
Alle leerlingen van de brugklas zijn bevorderd.
Ze hadden allen voldoende punten gescoord.
In de eerste zinnen is ‘alle’ bijvoeglijk gebruikt.
In de tweede zinnen is ‘alle(n)’ zelfstandig gebruikt.