This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Hoofdstuk 5
Basisstof 2, Chromosomen & genen
Slide 1 - Slide
Slide 2 - Slide
Wat wordt er bedoelt met fenotype?
Slide 3 - Open question
Hoeveel chromosomen heeft de celkern van een cel in je kleine teen?
Slide 4 - Open question
In de afbeelding zie je de Maleise tapir. De vorming van geslachtscellen verloopt op dezelfde wijze als bij de mens, alleen heeft de tapir 52 chromosomen in een lichaamscel.
Hoeveel chromosomen komen voor in de kern van een huidcel van dit dier?
A
104
B
26
C
52
D
13
Slide 5 - Quiz
Wat wordt er bedoelt met genotype?
Slide 6 - Open question
Chromosomen & paren
Chromosomen liggen in paren in de celkern
Een mens heeft 23 paren chromosomen in de celkern.
Waarom zijn het geen 46 paren?
Slide 7 - Slide
Geslachtscellen
Eicellen en zaadcellen zijn geslachtscellen.
In geslachtscellen komen chromosomen niet in paren voor, maar enkelvoudig.
- Dus niet 46 chromosomen maar 23.
Slide 8 - Slide
Bevruchting
Slide 9 - Slide
Geslachtschromosomen
23ste wordt niet aangegeven met een nummer.
Vrouw -> XX
Man -> XY
Slide 10 - Slide
In de afbeelding zie je een tijger. De vorming van geslachtscellen verloopt op dezelfde wijze als bij de mens, alleen heeft de tijger 36 chromosomen in een lichaamscel.
Hoeveel chromosomen bevat een zaadcel van dit dier?