2.3 Helpen, waarom?

Helpen, waarom?
Paragraaf 2.3
1 / 17
next
Slide 1: Slide
LevensbeschouwingMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 17 slides, with text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Helpen, waarom?
Paragraaf 2.3

Slide 1 - Slide

Doel
Je leert welke motieven mensen hebben om anderen te helpen.

Slide 2 - Slide

Lees op blz. 47 en 48:
  • Waarom eigelijk?
  • Jezus volgen
  • Voedselbank

Slide 3 - Slide

Redenen om te helpen
Sociaal motief - Mensen helpen omdat ze zich in anderen inleven en dit nodig vinden.
Religieus motief - Mensen helpen vanuit het geloof.

Noteer in je schrift

Slide 4 - Slide

Lees bron 8 (blz. 48)
Maak opdracht 51 en 52

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Doel

Je leert van verschillende levensbeschouwingen waarom ze het belangrijk vinden om zich in te zetten voor de medemens. 

Slide 7 - Slide

Liefdadigheid
Het geven van hulp uit goedheid zonder er zelf beter van te worden.

Slide 8 - Slide

Opdracht bij tekstkaders
Je krijgt een nummer 1 t/m 4 (p.49-52)

Bereid een presentatie voor van 3 dia's over jouw tekstkader. De presentatie aan de klas bestaat uit:
  1. Uitleg over waar jouw stukje over gaat.
  2. Vertel welke sociale en/of religieuze motieven voor liefdadigheid er zijn.
  3. Uitleg begrippen.


Slide 9 - Slide

Christendom
  • Discipelen: Leerlingen van Jezus
  • Diaken: Betekent letterlijk 'dienaar'; een diaken helpt mensen die hulp nodig hebben.  
  • Diaconie: Afdeling binnen de kerk die zich bezig houdt met mensen die hulp nodig hebben. Bijvoorbeeld: Verslaafden, arme mensen, eenzame mensen.  
  • Werelddiaconaat:  Kerken werken samen om mensen over de grenzen heen (ontwikkelingslanden) te helpen door er projecten op te zetten.

Noteer in je schrift

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Islam
  •  Zakât: Van elke moslim wordt  verwacht dat ze 1/40 deel van hun winst (dit is 2,5%) aan iemand anders geven. 

Slide 12 - Slide

Kasten stelsel India 
  • Brahmins = priesterklasse 
  • Kshatriyas = krijgers en leiders
  • Vaishyas = boeren, handelaren en ambachtslieden
  • Shudras = arbeiders en dienaren
--------------------------------------
  •  Dalits = onreine taken, zoals het schoonmaken van toiletten, het afvoeren van dode dieren en leerbewerking.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Hindoeïsme
  • Sewa = Iets doen voor anderen zonder iets terug te verwachten. 
  • Daan = Financiële gift.  
  • Karma = Wet van oorzaak en gevolg => gaat er iets mis, dan heb je in het vorige leven wat verkeerd gedaan en moet je boeten  

Slide 15 - Slide

Niet godsdienstigen
  • Collectant: Iemand die geld ophaalt voor een goed doel.
  • Vrijgevig: gemakkelijk gevend, zonder moeite.
  • Goed doel: Een organisatie die zich inzet als  liefde voor mens, dier of natuur. Je kunt hier geld of goederen aan geven, omdat je dit nodig vindt.

Slide 16 - Slide

Huiswerk
Leer de begrippen van par. 2.3
Lezen blz. 53 en 54
Maken opdr. 60

Slide 17 - Slide