5.2 Het huishoudboekje van de overheid

Korte herhaling 5.1
4 dia`s 
1 / 14
next
Slide 1: Slide
EconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Korte herhaling 5.1
4 dia`s 

Slide 1 - Slide

Noem de 3 lagere overheden

Slide 2 - Open question

Noem een nadeel van privatisering?

Slide 3 - Open question

Planeconomie

Vrije markteconomie
De overheid bepaalt hoeveel en welke goederen geproduceerd worden
De overheid stelt de prijs van producten vast.
De prijs van producten wordt bepaald door vraag en aanbod

Slide 4 - Drag question

Wie brengt de economische gevolgen in beeld van handelsconflict tussen de VS en meerdere landen?

A
CBS
B
SER
C
CPB
D
NIBUD

Slide 5 - Quiz

Paragraaf 5.2
Rijksbegroting en miljoenennota
Begrotingsoverschot
Begrotingstekort
Staatsschuld
Directe- en indirecte belastingen

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Noem een manier om een begrotingstekort te voorkomen

Slide 8 - Open question

Slide 9 - Link

Kies een voorbeeld van directe belasting
A
Accijns
B
Inkomstenbelasting
C
Aardgasbaten
D
Kansspelbelasting

Slide 10 - Quiz

Gemeentelijke belastingen 
Rijksbelastingen
Hondenbelasting
vennootschapsbelasting
omzetbelasting
onroerendzaakbelasting
Toeristenbelasting
Wegenbelasting

Slide 11 - Drag question

Rekenvraag

Hoeveel procent van de consumentenprijs bestaat 
uit belastingen 

Slide 12 - Slide

Rekenvraag antw.
Stap 1) Eerst de totale consumentenprijs berekenen:
               € 1,90 + € 1,16 + € 3,64 =€ 6,70
Stap 2) Bepaal hoeveel de belasting is:
                € 1,16 + € 3,64 = € 4,80.
Stap 3) Reken het percentage uit:
                € 4,80 : 6,70 x 100 = 71,64%.



Slide 13 - Slide

Maken
5.2 opgave  14, 15, 16 en 17
Blz. 159 opgave 11, 13, 14 en 15

Slide 14 - Slide