Chromatografie is een scheidingstechniek dat berust op het verschil in;
- Oplosbaarheid
- Adsorptie.
Er bestaan verschillende soorten chromatografie:
- Papierchromatografie
- TLC; Dunnelaag chromatografie
- GC
- HPLC
Slide 2 - Slide
Chromatografie
Leer de volgende begrippen goed.
Mobiele fase (eluens): Vloeistof of gas dat beweegt langs de stationaire fase.
Stationaire fase: De fase die stil staat (niet beweegt). Vaste stof of vloeistof gehecht aan een dragermateriaal.
Chromatogram: Een afbeelding of diagram dat het resultaat is van chromatografie.
Slide 3 - Slide
Chromatografie
Bepaal de Rf waarde van de drie kleuren.
Slide 4 - Slide
Chromatografie
Bepaal de Rf waarde van de drie kleuren.
Slide 5 - Slide
Chromatografie
Slide 6 - Slide
Chromatografie Principe
Alle scheidingsmethoden die berusten op een verdeling van stoffen in een mengsel over twee fasen = verdelingsevenwicht.
Am ⇌ As
Evenwichtsvoorwaarde:
Hoe vaker een evenwicht kan worden ingesteld, hoe beter de scheiding tussen de componenten is.
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Slide
Kolomchromatografie
Gaschromatografie: mobiele fase is een gas
Vloeistofchromatografie: mobiele fase is een vloeistof
Slide 9 - Slide
Gaschromatografie
Bij gassen en vluchtige stoffen.
Stationaire fase: dunne film van stilstaande vloeistof.
Mobiele fase: gas
Afhankelijk van soort kolom
(polair, apolair),
temperatuur en stroomsnelheid
mobiele fase.
Slide 10 - Slide
Gaschromatografie
De tijd die de stof in de kolom zit, heet de retentietijd (tR). Elke stof heeft zijn eigen retentietijd (onder dezelfde omstandigheden). Dit kan worden gebruikt voor identificatie. Stof wordt vertraagd bij meer interactie met de stationaire fase.
Slide 11 - Slide
Gaschromatografie
Kwalitatieve analyse:Op basis van retentietijd. Monster vergelijken met standaard (= bekende stof).
Kwantitatieve analyse:Op basis van piekoppervlakte. Monster vergelijken met een interne standaard, hulpstof togevoegd aan monster met een exact bekende concentratie.
Slide 12 - Slide
Slide 13 - Slide
Huiswerk
Maak de volgende opdrachten:
Lees par 10.4 (blz. 91-96)
Maak de vragen 23, 24, 26 en 27
Kijk de opdrachten goed na, wanneer je ze gemaakt hebt.
Maak een notitie van de vragen die je niet snapte of waarvan je meer uitleg wil hebben.