Future, Present Continuous

Going to and present continuous
1 / 16
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Going to and present continuous

Slide 1 - Slide

Lesdoelen:
- Aan het einde van de les kun je het verschil tussen “going to” en de present continuous uitleggen in eigen woorden.

- Aan het einde van de les kun je twee correcte zinnen schrijven in zowel “going to” als de present continuous.

Slide 2 - Slide

Wat is het verschil tussen deze twee zinnen?

"I am meeting Pim at 2."
"I am going to meet Pim soon."

Slide 3 - Open question

Going to
To be + going to + hele werkwoord
 --> aangeven dat je iets van plan bent.

"I am going to clean my room."  

"He is going to study tonight."

Slide 4 - Slide

Wat betekent deze zin?
"i am going to visit my aunt this weekend."
A
Ik ben daar nu.
B
Ik ben dit van plan.
C
Ik doe dit elke week.

Slide 5 - Quiz

Welke zin is correct
A
I go to eat pizza.
B
I go eating pizza.
C
I am going to eat pizza.
D
I am going eat pizza.

Slide 6 - Quiz

Present continuous
To be + hele werkwoord + ing
 --> aangeven dat je een aspraak/vast plan hebt gemaakt.

"I am having my birthday party on Friday ."  

"He is meeting Willem at 5 o'clock."

Slide 7 - Slide

Welke zin wordt de present continuous voor de toekomst gebruikt?
A
She is reading a book.
B
She watches movies everyday.
C
She is meeting up with a friend tonight.
D
She met her friend yesterday.

Slide 8 - Quiz

In welke zin wordt de present continuous correct gebruikt.
A
She is see the newest movie in the cinema tomorrow.
B
She is seeing the newest movie in the cinema tomorrow.
C
She are seeing the newest movie in the cinema tomorrow.

Slide 9 - Quiz

Going to:
- je bent iets van plan
- je denkt dat er iets gaat       gebeuren"
- kan met of zonder tijd

"They are going to be late."
"I am going to cook tonight."
"He is going to love this."




                     Present continuous:
- je hebt een afspraak gemaakt
- het is al geregeld/geplant           - heeft bijna altijd een tijd of      context                                

" She is eating out tonight."   
"They are meeting up at the mall."
            
Wat is het verschil?

Slide 10 - Slide

Welke zin past het beste bij een
afspraak?
A
I am going to go to the Doctor.
B
I go to the Doctor.
C
I am going to the Doctor next Tuesday.

Slide 11 - Quiz

Wat is het verschil tussen de present continuous en "going to"?

Slide 12 - Open question

Lets get to work!
Hoe?
- Rustig.
- Alleen overleggen met je buur.
- Heb je een vraag? Steek je hand op.

Ben je eerder klaar? Neem alvast de vragen 
door van het formulier dat ik jullie zo uitdeel. 
timer
7:00

Slide 13 - Slide

schrijf 2 zinnen
1 in de present continuous en 1 in de "going to"
werkwoorden: meet, go, study, cook

Slide 14 - Open question

Roos van Leary

Slide 15 - Slide

Any questions?

Slide 16 - Slide