This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 25 min
Items in this lesson
Hoofdstuk 1 Elektriciteit Par.1.1
Formatieve toets
Slide 1 - Slide
So elektriciteit
niveau: MAVO 2
jaargang: 2019-2020
Toetscode:
weging:
duur: 30 minuten
Slide 2 - Slide
Je ziet hiernaast het symbool voor een ....
A
Weerstand
B
Batterij
C
Schakelaar
D
Stopcontact
Slide 3 - Quiz
Je ziet hiernaast het symbool voor een ....
A
LED
B
Batterij
C
Schakelaar
D
Stopcontact
Slide 4 - Quiz
Je ziet hiernaast het symbool voor een ....
A
LED
B
Batterij
C
Schakelaar
D
Ampèremeter
Slide 5 - Quiz
Bekijk de afbeelding hiernaast goed. Wat stelt dit symbool voor? Dit symbool stelt een......... voor
Slide 6 - Open question
stroomsterkte meet je in........
A
Volt
B
Ohm
C
Ampère
D
Watt
Slide 7 - Quiz
Welke van de onderstaande materialen is een isolator?
A
Ijzer
B
Zilver
C
Goud
D
Textiel
Slide 8 - Quiz
Welke van de onderstaande materialen is een geleider?
A
Rubber
B
Koper
C
plastic
D
hout
Slide 9 - Quiz
Bekijk de afbeelding hiernaast. Welke zin hieronder is juist?
A
De lamp zal WEL branden, omdat hout een isolator is, er is dan sprake van een gesloten stroomkring.
B
De lamp zal WEL branden, omdat hout een geleider is, er is dan sprake van een open stroomkring.
C
De lamp zal NIET branden, omdat hout een isolator is, er is dan sprake van een open stroomkring.
D
De lamp zal NIET branden, omdat hout een GELEIDER is, er is dan sprake van een Gesloten stroomkring.
Slide 10 - Quiz
In welk type schakeling is de stroomsterkte overal gelijk?
A
Bij een serieschakeling is de stroomsterkte overal gelijk
B
Bij een parallelschakeling is de stroomsterkte overal gelijk
C
Bij beide typen schakelingen is de stroomsterkte overal gelijk
D
Bij geen van beide typen schakelingen is de stroomsterkte overal gelijk
Slide 11 - Quiz
Een ampèremeter sluit je altijd .............. aan.
A
In serie
B
Parallel
C
Dat maakt niet uit
Slide 12 - Quiz
Wanneer er 1 lampje van de fietsverlichting kapot gaat en de andere lamp blijft gewoon branden, dan zijn deze lampjes ........... geschakeld.
A
In serie
B
Parallel
C
Dat kun je niet weten, daar heb je te weinig gegevens voor
Slide 13 - Quiz
Hoe zijn in huis de koelkast en de wasmachine geschakeld?
A
Serie
B
Parallel
C
Dat kun je niet weten, daar heb je te weinig informatie voor
D
Dat verschilt per huishouden
Slide 14 - Quiz
Bekijk de afbeelding hiernaast goed en beantwoord de vraag. In welke schakeling / schakelingen zie je een parallelschakeling?
Meerdere antwoorden mogelijk
A
A
B
B
C
C
D
D
Slide 15 - Quiz
Welke waarde geeft de ampèremeter aan?
A
2,2A
B
0,22A
C
0,022A
Slide 16 - Quiz
Bekijk de afbeelding goed en beantwoord de vraag.
Welk lampje is er kapot gegaan als alle andere lampjes blijven branden?
Je moet dus van de plus van de batterij naar de min van de batterij “lopen” met je vinger. Ga ieder lampje na stel dat deze kapot is kan ik dan nog naar alle andere lampjes toe.
A
Lampje 1
B
Lampje 2
C
Lampje 3
D
Lampje 4
Slide 17 - Quiz
Bekijk de schakeling hiernaast. Wat voor soort schakeling is dit?
Slide 18 - Open question
Bekijk de schakeling hiernaast. Wat zal er met de lampjes gebeuren als schakelaar 1 wordt geopend?
Slide 19 - Open question
Bekijk de schakeling hiernaast. Als schakelaar 3 wordt geopend zal het volgende gebeuren:
A
alle lampen gaan uit
B
alleen de lamp bij 2 gaat uit
C
alleen de lamp bij 3 gaat uit
D
alle lampen blijven branden
Slide 20 - Quiz
Bekijk de schakeling hiernaast. Bij 1 loopt een stroom van 0,60 A. Bij 2 loopt een stroom van 0,40 A. Bij 3 loopt dus een stroom van:
A
0,40 A
B
1,0 A
C
0,60 A
D
0,20 A
Slide 21 - Quiz
Bekijk de schakeling hiernaast. Bij 2 loopt een stroom van 0,40 A. Bij 3 loopt een stroom van 0,50 A. Bij 1 loopt dus een stroom van: