Tema 3 - clase 4

1 / 27
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 55 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Planificación: Hoy es ...
1. Reglas de la clase
5 min
2. Bezittelijk voornaamwoord
25 min
3. La próxima clase
5 min
4. 
5 min
Después de esta clase... (Na deze les...)
... weet je weer de klassenregels.
... heb je geleerd over de familie van Óscar.
... heb je acht nieuwe woorden geleerd.

Slide 6 - Slide

Reglas de la clase
  1. Je telefoon is thuis of in de kluis.
  2. Bij binnenkomst op je plek zitten, jas uit en tas van tafel.
  3. Je hebt altijd je spullen mee: boeken, schrift, pen, opgeladen device.
  4. Als een ander praat, ben je stil en luister je.
  5. Wanneer de docente uitleg geeft, zijn jullie stil en maken jullie aantekeningen in je schrift.
  6. We lachen elkaar niet uit.
  7. Je ruimt pas op als de docent dat aangeeft.
  8. Heb je een les gemist? Vraag aan klasgenoten om aantekeningen, welke opdrachten in te halen...

Slide 7 - Slide

Herkansen / inhalen tema 2

  1. Toets: in daltonuur bij Marloes (week 1 & 2)
  2. Eindproduct: in daltonuur bij Marloes (week 1 & 2)

Slide 8 - Slide

Pronombres personales

Slide 9 - Slide

"Koppel de persoonlijke voornaamwoorden."




Yo
Ustedes
Vosotros/-as
Usted
Él
Ella
Nosotros/-as
Ellos/-as
jullie
hij
ik
u (ev)
u (mv)
zij (mv)
zij (ev)
jij
wij (mv)

Slide 10 - Drag question

Wat is een bezittelijke voornaamwoord?
  • Een bezittelijke voornaamwoord geeft aan van wie iets of iemand is.

  • Mijn, jouw, uw, zijn, haar, ons, onze, jullie, hun

Slide 11 - Slide

Bezittelijke voornaamwoorden/ Pronombres posesivos

Slide 12 - Slide

Bezittelijke voornaamwoorden/ Pronombres posesivos

Slide 13 - Slide

Bezittelijke voornaamwoorden/ Pronombres posesivos

Slide 14 - Slide

Bezittelijke voornaamwoorden/ Pronombres posesivos

Slide 15 - Slide

Sleep de Nederlandse bezittelijke voornaamwoorden naar de juiste Spaanse bijbehorende pronombre posesivo
mi(s)
vuestro/a/os/as
su(s)
tu(s)
nuestro/
a/os/as
mijn
uw
jouw
hun
zijn
jullie
haar
ons/onze

Slide 16 - Drag question


Estos son ...... (mijn) padres
A
mis
B
tus
C
mi
D
su

Slide 17 - Quiz


Este es ...... (jouw) libro
A
mis
B
tus
C
tu
D
su

Slide 18 - Quiz


Estas son ...... (zijn) pelotas
A
mis
B
tus
C
su
D
sus

Slide 19 - Quiz


Estos son ...... (onze) coches
A
nuestros
B
tus
C
nuestro
D
nuestras

Slide 20 - Quiz


Ellas son .... (jullie) amigas
A
Vuestras
B
Vuestros
C
Nuestras
D
Nuestros

Slide 21 - Quiz


Estas son ...... (hun) bolsas
A
mis
B
sus
C
mi
D
su

Slide 22 - Quiz

Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in.
(Kies uit: mi/mis, tu/tus, su/sus, nuestro/a/os/as, vuestro/a/os/as)
1. ___ libro está en la mesa. (mijn)
2. ¿Es ___ mochila? (jouw)
3. Ellos tienen ___ teléfonos nuevos. (hun)
4. Nosotros queremos leer ___ revistas. (onze)
5. Ana y tú habláis con ___ profesora. (jullie)
6. Pedro busca ___ llaves. (zijn)
7. Yo necesito ___ cuadernos para la clase. (mijn)

Slide 23 - Slide

Las respuestas 
1. Mi
2. tu
3. sus
4. nuestras
5. vuestra
6. sus
7. mis

Slide 24 - Slide


Welke zijn de bezittelijke vnw in het Spaans?

Slide 25 - Open question

La próxima clase
Vamos a...
... repasar el pronombre posesivo (bezittelijk voornaamwoord).

Deberes:
- aprender: el pronombre posesivo (bezittelijk voornaamwoord).
- hacer: WB: página 49 y 50 - ej. 6 y 8

Slide 26 - Slide

Hasta la próxima clase
  • Stoel netjes aanschuiven.
  • Papieren van de grond / tafels. 

Slide 27 - Slide