V1A - Nederlands - formuleren, paragraaf 4

V1A - Nederlands - 7 maart
1 / 19
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-3

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

V1A - Nederlands - 7 maart

Slide 1 - Slide

Programma
  • Lezen in je leesboek
  • Terugblik: leerdoelen vorige les
  • Leerdoelen
  • Verwijzen met voornaamwoorden - theorie
  • Verwijzen en voornaamwoorden - aan de slag
  • Leerdoelen check
  • Opdracht voor volgende week woensdag

Slide 2 - Slide

Lezen in je leesboek
timer
15:00

Slide 3 - Slide

Leerdoelen vorige les
  1. Ik kan uitleggen wat een woordgeslacht is.
  2. Ik kan uitleggen hoe ik met behulp van het woordgeslacht de juiste verwijswoorden te kiezen.
  3. Ik kan de verwijswoorden deze, die, dit en dat gebruiken om terug te verwijzen naar woorden die ik eerder heb gebruikt.

Slide 4 - Slide

Wat wordt bedoeld met woordgeslacht?
A
Deze, die, dit, dat
B
Zelfstandige naamwoorden zijn mannelijk, vrouwelijk of onzijdig
C
Woorden waarmee je jongens, meisjes of non-binaire personen aanspreekt.

Slide 5 - Quiz

Wat is het woordgeslacht van "meisje"?
A
Mannelijk
B
Vrouwelijk
C
Onzijdig

Slide 6 - Quiz

Wat voor woordgeslacht hebben
de-woorden?
A
m, v en o
B
o
C
m en o
D
m en v

Slide 7 - Quiz

Leerdoelen vandaag
  1. Ik kan een persoonlijk voornaamwoord gebruiken om terug te verwijzen naar een zelfstandig naamwoord.
  2. Ik kan een bezittelijk voornaamwoord gebruiken om terug te verwijzen naar een zelfstandig naamwoord.

Slide 8 - Slide

Even terugblikken

Slide 9 - Slide

Noem drie voorbeelden van persoonlijke voornaamwoorden.

Slide 10 - Open question

Noem drie voorbeelden van bezittelijke voornaamwoorden.

Slide 11 - Open question

Verwijzen met voornaamwoorden

Eerder hebben we geleerd dat we naar zelfstandige naamwoorden kunnen terug verwijzen met de woorden deze, die, dit en dat
--> Ik houd heel erg van cola. Die van Pepsi is mijn favoriet.

Je kunt ook terugverwijzen naar zelfstandige naamwoorden door persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden te gebruiken.

Slide 12 - Slide

Verwijzen met voornaamwoorden

Slide 13 - Slide

Aan de slag!
1. Ga weer naar blz. 236 in je boek.
2. Maak opdrachten 1 t/m 4.
3. Klaar? Lezen in je leesboek.

Je werkt samen.
Je werkt op fluistertoon.
timer
15:00

Slide 14 - Slide

Bespreken / nakijken
1. Ga weer naar blz. 236 in je boek.
2. Maak opdrachten 1 t/m 4.

Slide 15 - Slide

Check - leerdoelen
1. Ik kan een persoonlijk voornaamwoord gebruiken om terug te verwijzen naar een zelfstandig naamwoord.
2. Ik kan een bezittelijk voornaamwoord gebruiken om terug te verwijzen naar een zelfstandig naamwoord.

Slide 16 - Slide

Opdracht voor morgen
1. Stuur een e-mail naar mevrouw Smulders (s.smulders@csb-amsterdam.nl).
2. Je gaat het in deze e-mail hebben over jezelf en je familie. Dit is de aanleiding van je e-mail, dus daar begin je ook mee.

3. In het middenstuk vertel je iets over jezelf en je familie. Je mag zelf kiezen wat, bijv. wie zitten er allemaal in je familie.
4. Je e-mail bevat ongeveer 150 woorden.
5. Denk aan de succescriteria voor de e-mail. Die vind je in Magister bij de studiewijzer.

Slide 17 - Slide

Volgende keer
Nog meer verwijzen!

Slide 18 - Slide

Juiste antwoord exit-ticket (volgende keer voor leerlingen)
Ajax heeft zich naar de achtste finales van de Europa League geknokt. Het ging niet vanzelf, maar de ploeg uit Amsterdam versloeg Union Sint-Gillis uit de Belgische hoofdstad Brussel over twee wedstrijden.


In de vorige wedstrijd was het 0-2 voor Ajax. Dus gisterenavond in de Arena in Amsterdam hoefde Ajax gisteren alleen maar te zorgen dat het niet ruim zou verliezen. Maar het liep niet zoals ze wilden: na een halfuur kwam de club uit Amsterdam met 0-2 achter te staan. En Klaassen kreeg een rode kaart.

Slide 19 - Slide