What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
Klare Taal les 37
Klare Taal
Les 37
1 / 29
next
Slide 1:
Slide
NT2
MBO
Studiejaar 1
This lesson contains
29 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
75 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Klare Taal
Les 37
Slide 1 - Slide
Schrijven en spreken over vroeger
Ik kan
de verleden tijd van regelmatige werkwoorden maken en gebruiken
Ik kan
de verleden tijd van een aantal onregelmatige werkwoorden maken en gebruiken
Slide 2 - Slide
Herhaling
Slide 3 - Slide
Uitleg
Regelmatige werkwoorden
Bijvoorbeeld:
fietsen - Ik fiet
ste
naar school. - Wij fiets
ten
naar school.
werken - Hij werk
te
bij een bakker. - Zij werk
ten
bij een bakker.
wonen - Zij woon
de
in Leeuwarden. - Jullie woon
den
in Leeuwarden.
enkelvoud
-te of -de
meervoud
-ten of -den
Slide 4 - Slide
Uitleg
Reizen
reizen - en = rei
z
letter -z in
softketchup
?
nee, dus -de(n) achter de ik-vorm
Tegenwoordige tijd:
ik reis
Verleden tijd:
ik reisde
wij reisden
Slide 5 - Slide
Uitleg
Beloven
beloven - en = belo
v
letter -v in
softketchup x
?
nee, dus -de(n) achter de ik-vorm
Tegenwoordige tijd:
ik beloof
Verleden tijd:
ik beloofde
wij beloofden
Slide 6 - Slide
Uitleg
Praten
praten - en = prat
letter -t in
softketchup x
?
ja, dus -te(n) achter de ik-vorm
Tegenwoordige tijd:
ik praat
Verleden tijd:
ik praatte
wij praatten
Slide 7 - Slide
Uitleg
Praten
praten - en = prat
letter -t in
softketchup x
?
ja, dus -te(n) achter de ik-vorm
Tegenwoordige tijd:
ik praat
Verleden tijd:
ik praatte
wij praatten
Slide 8 - Slide
Hij ... naar Amsterdam.
A
verhuiste
B
verhuisde
Slide 9 - Quiz
Monica ... de hele avond met Ahmad.
A
praate
B
praatte
Slide 10 - Quiz
Julia ... een broodje gezond.
A
koopte
B
kocht
Slide 11 - Quiz
Zij ... een jaar door Amerika.
A
reisden
B
reisten
Slide 12 - Quiz
We ... een patatje en dronken een wijntje.
A
eetten
B
aten
Slide 13 - Quiz
Oefening
Opdracht:
Schrijf de verleden tijd van het werkwoord.
Klaar?
Schrijf dan ook de verleden tijd van: spelen - leren - maken - voetballen - wachten - zwaaien - antwoorden - fietsen
timer
10:00
werken
Ik ...
verven
Ik ...
luisteren
Ik ...
praten
Ik ...
verhuizen
Ik ...
Slide 14 - Slide
Oefening
Antwoorden:
Ik werkte
Ik verfde
Ik luisterde
Ik praatte
Ik verhuisde
Ik speelde
Ik leerde
Ik maakte
Ik voetbalde
Ik wachtte
Ik zwaaide
Ik antwoordde
Ik fietste
Slide 15 - Slide
Nieuwe stof les 37
Slide 16 - Slide
Uitleg
Onregelmatige werkwoorden
Voor sommige werkwoorden is geen regel. Je kunt niet -te, -ten, -de of -den achter het woord zetten. Je moet de woorden leren.
Bijvoorbeeld:
lezen - Ik las
schrijven - Ik schreef
spreken - Ik sprak
doen - Ik deed
komen - Ik kwam
zien - Ik zag
Slide 17 - Slide
Uitleg
Onregelmatige werkwoorden
zijn
hebben
ik was
jij was
u was
hij / zij was
wij waren
jullie waren
zij waren
ik had
jij had
u had
hij / zij had
wij hadden
jullie hadden
zij hadden
Slide 18 - Slide
Uitleg
Onregelmatige werkwoorden
gaan
lopen
vinden
doen
komen
ik ging
wij gingen
ik liep
wij liepen
ik vond
wij vonden
ik deed
wij deden
ik kwam
wij kwamen
zeggen
moeten
mogen
gaan
blijven
ik zei
wij zeiden
ik moest
wij moesten
ik mocht
wij mochten
ik ging
wij gingen
ik bleef
wij bleven
moeten
denken
kunnen
kopen
eten
ik moest
wij moesten
ik dacht
wij dachten
ik kon
wij konden
ik kocht
wij kochten
ik at
wij aten
Slide 19 - Slide
Uitleg
Onregelmatige werkwoorden
lezen
schrijven
spreken
ik las
jij las
u las
hij / zij las
wij lazen
jullie lazen
zij lazen
ik schreef
jij schreef
u schreef
hij / zij schreef
wij schreven
jullie schreven
zij schreven
ik sprak
jij sprak
u sprak
hij / zij sprak
wij spraken
jullie spraken
zij spraken
Slide 20 - Slide
Blz. 210 - 214.
Lijst met onregelmatige werkwoorden.
Uit het hoofd leren!
Slide 21 - Slide
gaan
ik ...
Slide 22 - Open question
lezen
ik ...
Slide 23 - Open question
blijven
ik ...
Slide 24 - Open question
mogen
ik ...
Slide 25 - Open question
komen
ik ...
Slide 26 - Open question
Aan het werk:
Lezen blz. 102
Maken blz. 103
Slide 27 - Slide
Nakijken
Slide 28 - Slide
Hoe ging het vandaag?
Vertel wat al goed ging en wat je nog lastig vond.
😒
🙁
😐
🙂
😃
Slide 29 - Poll
More lessons like this
Verleden tijd (imperfectum) (A2)
October 2024
- Lesson with
24 slides
NT2
MBO
Studiejaar 1
Verleden tijd (imperfectum) (A2)
1 month ago
- Lesson with
24 slides
NT2
MBO
Studiejaar 1
Verleden tijd (imperfectum) (A2)
January 2025
- Lesson with
28 slides
NT2
MBO
Studiejaar 1
Klare Taal les 37
3 days ago
- Lesson with
29 slides
NT2
MBO
Studiejaar 1
Verleden tijd (imperfectum) (A2)
16 days ago
- Lesson with
24 slides
NT2
MBO
Studiejaar 1
Verleden tijd (imperfectum) (A2)
May 2024
- Lesson with
27 slides
NT2
MBO
Studiejaar 1
Verleden tijd (imperfectum) (A2)
February 2025
- Lesson with
27 slides
NT2
MBO
Studiejaar 1
Verleden tijd (imperfectum) (A2)
January 2025
- Lesson with
24 slides
NT2
MBO
Studiejaar 1