Biologie examentraining - onderdeel E

Biologie examentraining 
Onderdeel E - Van generatie op generatie
1 / 34
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Biologie examentraining 
Onderdeel E - Van generatie op generatie

Slide 1 - Slide

E. Van generatie op generatie
  • E1. Seksualiteit en voortplanting bij mensen

Slide 2 - Slide

Levensfasen
Baby
0-1,5 jaar
Peuter
1,5-4 jaar
Kleuter
4-6 jaar
Schoolkind
6-12 jaar
Puber
12-16 jaar
Adolescent
16-20 jaar
Volwassene
Vanaf 18 jaar

Slide 3 - Slide

Vrouwelijke geslachtsorganen
Eierstokken:
  • Vormen eicellen
  • Produceren oestrogeen en progesteron
Eileiders: 
  • Verbinding tussen eierstok en baarmoeder
Baarmoeder:
  • Orgaan waar een bevrucht eitje innestelt

Slide 4 - Slide

Vrouwelijke geslachtsorganen
Vulva: zichtbare deel

Schaamlippen: beschermen de vagina
  • Kleine: produceren vocht

Slide 5 - Slide

Mannelijk geslachtsorganen
Zwellichamen: 
  • Gevuld met bloed, waardoor de penis stijf wordt

Eikel:
  • Topje van de penis
  • Voorhuid zit hierover, beschermt

Slide 6 - Slide

Mannelijk geslachtsorganen
Balzak: 
  • Beschermt teelballen
  • Houdt ze op temperatuur 
Teelballen:
  • Maken testosteron
  • Maken zaadcellen

Slide 7 - Slide

Mannelijk geslachtsorganen
Bijballen: Opslag zaadcellen
Zaadleiders: Vervoeren zaadcellen 
(van bijbal naar penis)
Prostaat en zaadblaasjes: Voegen vocht toe aan zaadcellen (activeert staartjes)
Urinebuis: sperma verlaat het lichaam hierdoor

Slide 8 - Slide

Voortplanting
Voortplanting: voortbrengen van nakomelingen
  • Via geslachtsgemeenschap
  • Wanneer een zaadcel bij de eicel in de eileider komt, kan bevruchting plaatsvinden 


Bevruchting: eicel en zaadcel smelten samen

Slide 9 - Slide

Menstruatiecyclus

Slide 10 - Slide

Menstruatiecyclus

Slide 11 - Slide

Ontwikkeling van een baby
Bevruchting & vroege ontwikkeling
  • De bevruchte eicel deelt zich en groeit door celdeling.
  • Transport naar de baarmoeder en innesteling in het baarmoederslijmvlies.
  • Het baarmoederslijmvlies levert voedingsstoffen voor verdere ontwikkeling.

Slide 12 - Slide

Ontwikkeling van een baby
Embryonale fase (eerste 3 maanden, 12 weken)
  • De eicel ontwikkelt zich tot een embryo.
  • Het embryo ligt in vruchtwater, dat beschermt tegen druk en stoten.

Slide 13 - Slide

Ontwikkeling van een baby
Foetus (vanaf 3 maanden, 12 weken)
  • Vanaf 3 maanden heet het ongeboren kind een foetus.
  • De foetus is via de navelstreng verbonden met de placenta.
  • Voedingsstoffen en afvalstoffen worden via de placenta uitgewisseld.

Slide 14 - Slide

Ontwikkeling van een baby
Voorbereiding op de geboorte
  • Indaling: De foetus zakt naar beneden ter voorbereiding op de bevalling.
  • Weeën & ontsluiting: De baarmoeder trekt samen en opent zich.
  • Geboorte: De baby wordt naar buiten geperst.
  • Nageboorte: De placenta komt naar buiten.

Slide 15 - Slide

Tweelingen
Eeneiige tweeling: Ontstaat uit één eicel, identiek DNA.

Twee-eiige tweeling: Ontstaat uit twee eicellen, verschillend DNA.

Slide 16 - Slide

Prenatale diagnostiek
Prenatale diagnostiek = onderzoek voor de geboorte
  • Vlokkentest
  • Vruchtwaterpunctie
  • Echoscopie 
  • Karyogram (microscopische foto van chromosomen)

Slide 17 - Slide

Voorbehoedsmiddelen
  • Condoom
  • Spiraaltje (bevat hormonen waardoor zaadcellen beschadigen en eicellen niet innestelen)
  • Sterilisatie (zaadleiders doorgeknipt of eileiders onderbroken)
  • Pessarium (bevat zaaddodend middel)
  • Pil (voorkomt vrijkomen van eicel, geen ovulatie)

Slide 18 - Slide

Bij Ivf-behandeling krijgt een vrouw een hormoon waardoor eicellen extra snel rijpen. Geef de naam van het orgaan waar eicellen rijpen

Slide 19 - Open question

Waar worden zaadcellen tijdelijk opgeslagen?
A
Bijballen
B
Prostaat
C
Zaadballen
D
Zaadblaasjes

Slide 20 - Quiz

Welke letter geeft het prostaat aan?
A
P
B
Q
C
R
D
S

Slide 21 - Quiz

Twee letters geven organen
aan die zaadvocht maken,
welke zijn dat?

Slide 22 - Open question

Waar worden geslachtshormonen bij jongens gemaakt?
A
Prostaat
B
Teelbal
C
Zaadblaasjes
D
Zwellichamen

Slide 23 - Quiz

Geef de naam van het proces waarbij eicel en zaadcel samengaan

Slide 24 - Open question

Waar vindt de bevruchting plaats?
A
Baarmoeder
B
Vagina
C
Eierstok
D
Eileider

Slide 25 - Quiz

Voor welke gebeurtenis is het noodzakelijk dat het baarmoederslijmvlies na ongesteldheid weer dikker wordt?
A
Bevruchting
B
Innesteling
C
Ovulatie

Slide 26 - Quiz

Op welk moment is het baarmoederslijmvlies het dikste?
A
Menstruatie
B
Ovulatie
C
Vlak na menstruatie
D
Vlak voor menstruatie

Slide 27 - Quiz

Leg uit waardoor een vrouw onvruchtbaar is als de eileiders geheel verstopt zijn.

Slide 28 - Open question

Hoeveel eicellen en zaadcellen zijn er betrokken bij het ontstaan van een eeneiige tweeling?
A
Eén eicel, één zaadcel
B
Eén eicel, twee zaadcellen
C
Twee eicellen, één zaadcel

Slide 29 - Quiz

Tijdens onderzoek naar een aandoening worden de eierstokken d.m.v. geluidsgolven zichtbaar gemaakt. Hoe heet deze techniek?
A
Echoscopie
B
Vlokkentest
C
Vruchtwaterpunctie

Slide 30 - Quiz

Hoe heet het orgaan waarin bloedvaten van moeder en baby dicht bij elkaar liggen? Dit bevindt zich in de baarmoeder van de zwangere vrouw.

Slide 31 - Open question

Leg uit waardoor bij gebruik van de pil geen bevruchting plaatsvindt.

Slide 32 - Open question

Sterilisatie is een betrouwbaar anticonceptiemiddel. Noem nog een ander betrouwbaar middel dat door een man gebruikt kan worden

Slide 33 - Open question

Condooms worden vaker gebruikt dan een pessarium. Welk voordeel voor de gezondheid heeft het gebruik van een condoom, dat een pessarium niet heeft?

Slide 34 - Open question