H3 Aan de slag 3.3 Wat spreken we af? (deel 1) (Plein M 4e editie)

Welkom bij economie!

Hoofdstuk 3 Aan de slag

3.3 Wat spreken we af?
1 / 13
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Welkom bij economie!

Hoofdstuk 3 Aan de slag

3.3 Wat spreken we af?

Slide 1 - Slide

3.3 Wat spreken we af? 
Lesdoelen:

Aan het einde van de les:


  • Kun je uitleggen wat voltijdbanen en deeltijdbanen zijn en wat vaste banen en flexibele banen zijn;
  • Kun je uitleggen wat het verschil is tussen brutoloon en nettoloon;



Slide 2 - Slide

Wat is het verschil tussen een werkgever en een werknemer?

Slide 3 - Open question

Wat is / Wat staat er in een CAO?

Slide 4 - Open question

deeltijdbaan 
Fulltimebaan
fulltimebaan
Je moeder werkt 24 uur in een apotheek
Jos werkt 35 uur in het ziekenhuis
De buurman werkt 36 uur als vrachtwagenchauffeur 

Slide 5 - Drag question

Wat is een deeltijdbaan?
A
je werkt meer dan 35 uur per week
B
je werkt minder dan 35 uur per week
C
je werkt minder dan 60 uur per week
D
je werkt meer dan 60 uur per week

Slide 6 - Quiz

Als iemand een vaste baan heeft dan ......
A
werkt hij/zij 40 uur in de week
B
werkt hij/zij als een vaste invalkracht
C
werkt hij/zij met een contract wat niet eindigt
D
werkt hij/zij op een vaste werkplek

Slide 7 - Quiz

Deeltijd of voltijdbaan
Deeltijdbaan (of parttimebaan): dan werk je minder dan 35 uur per week

Voltijdbaan (fulltimebaan):
Dan werk je 35 uur of meer per week

Slide 8 - Slide

Vaste, tijdelijke of flexibele baan
  • Vaste baan: Je hebt met je werkgever een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd afgesproken (geen einddatum)

  • Heb je wel een einddatum afgesproken,
    dan heb je een tijdelijke baan.

  • Een flexibele baan: Als je alleen werkt op momenten dat je
    nodig bent.
    Vaak via een uitzendbureau of als een oproepcontract.




Slide 9 - Slide

Wat ga je verdienen? 
                                             Wat ga je verdienen:

Brutoloon                                               (staat in je contract)

belasting en sociale premies  -   (betalen aan de overheid)

Nettoloon                                               (krijg je op de rekening)


Slide 10 - Slide

€ ............
€ 400,-
€ 800,-
€ 3.500,-
Brutoloon
Nettoloon = brutoloon - inhoudingen

Slide 11 - Slide

Huiswerk
Paragraaf 3.3
Opdracht 1 t/m leerstof 3

Slide 12 - Slide

Huiswerk
Paragraaf 3.3
Opdracht 1 t/m samenvatting

Slide 13 - Slide