Begrijpend lezen bl3wk1l1 groep 6

Waarom lees ik de tekst? (Leesdoel bepalen)

• welke teksten passen bij het leesdoel zin om te lezen
• bedenken wat  je met de tekst gaat doen
1 / 12
next
Slide 1: Slide
Begrijpend lezenBasisschoolGroep 6

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Waarom lees ik de tekst? (Leesdoel bepalen)

• welke teksten passen bij het leesdoel zin om te lezen
• bedenken wat  je met de tekst gaat doen

Slide 1 - Slide

Bekijk de teksten op blz 2.
Wat voor teksten zie je?
A
tekst 1: gedicht tekst 2: mop tekst 3: verhaal
B
tekst 1:mop tekst 2: verhaal tekst 3: gedicht
C
tekst 1: verhaal tekst 2: mop tekst 3: gedicht

Slide 2 - Quiz

Hoe noem je dit soort teksten?
A
instructieve tekst
B
reclame
C
pleziertekst

Slide 3 - Quiz

Stel, jij wilt iets grappigs lezen.
Welke tekst kun je dan het best lezen? Waarom?

Slide 4 - Open question


Stel, jij gaat dit boek aan iemand aanraden. Wat vertel je dan niet?
leesopdracht
Lees tekst 1. Het is een stukje uit een boek.
Test
Extra vraag
Wat kun je nog meer vertellen als je een boek
aanraadt? 
A
Hoe het boek afloopt.
B
Wat jij van het boek vond.
C
Waar het boek over gaat.
D
Wie het boek geschreven heeft.

Slide 5 - Quiz

Lees tekst 2.
Welk leesdoel past het best bij deze tekst?
A
zin om te: griezelen
B
huilen
C
lachen
D
zingen

Slide 6 - Quiz

Wat kun je na het lezen het best met deze tekst doen
A
Er een spreekbeurt over houden. ■
B
Er een verslag over schrijven.
C
Hem aanraden aan je moeder.
D
Hem navertellen aan een vriendje.

Slide 7 - Quiz

a: handen omhoog
b: handen omlaag
a:
Ik houd van korte teksten Ik wil graag lekker doorlezen.
 waar een klein grapje in zit.

b:
Ik wil graag lekker doorlezen. Hoe meer, hoe beter.
Lees tekst 3.
Voor wie is dit een goede tekst? 

Slide 8 - Slide


Gedichten herken je vaak aan bepaalde dingen.
Wat zie je NIET in tekst 3?
leesopdracht
Lees tekst 3 nog eens.
Dit is een gedicht. 
A
De regels zijn korter dan in een verhaal.
B
Eén lange zin is verdeeld over meer regels.
C
Er staan woorden in die rijmen.
D
Er zit een grapje in of iets dat je niet verwacht.

Slide 9 - Quiz

Wat is het grapje in dit gedicht?

Slide 10 - Open question

Stel, jij gaat lezen voor je plezier.
Welk boek zou jij dan kiezen?
Waarom?

Slide 11 - Open question

Bekijk tekst 1 nog eens.

Hoe denk je dat het verhaal over Fleur verdergaat?

Slide 12 - Slide