Vasthouden aan tradities (1)
Na de oorlog grepen de Nederlanders aan de
waarden (dingen die men belangrijk vindt) van vroeger:
hard werken en gehoorzaam zijn.
Luisteren naar autoriteiten, personen met gezag (macht): regering, politieagenten, dominee of pastoor.
Bijv: de man luisteren naar zijn baas, de vrouw naar de man en kinderen aan iedereen.